Direct naar de inhoudDirect naar het hoofdmenuDirect naar het zoekveld

De docent

Een belangrijke bevorderende factor in opschaling is gerichte aandacht voor kennisoverdracht, professionalisering, opleiding en training. Als een zorginnovatie van mensen vraagt om hun werk anders te doen of hun dagelijkse routine aan te passen, vergt dat welbeschouwd een gedragsverandering. En die komt niet zomaar tot stand. Het doelgericht leren omgaan met een innovatie en het inpassen daarvan in iemands dagelijkse gewoonten, vergen een gerichte aanpak bij eindgebruikers. Het opschalingsteam heeft daarom ook de expertise van de docent nodig. Dat is de deskundige in het overdragen van kennis en vaardigheden, maar vooral ook in het coachen en het begeleiden van leerprocessen.

Gericht trainen 

Voor een goede opschaling is meer nodig dan algemene ondersteuning van professionals op bepaalde beroepsvaardigheden. Het is van belang om mensen gericht te trainen in het goed uitvoeren van nieuwe interventies of het gebruiken van bepaalde toepassingen in hun werk. Zodat ze dat niet alleen doen ‘op hun professionele gevoel’, maar wel degelijk ook bewust bezig zijn goed te doen wat er ‘in het boekje’ aan instructies staat. Bij zorgvernieuwing is hierbij het nieuwe concept van eSkills belangrijk. Onder die noemer heeft de Europese Commissie een campagne gestart om burgers uit te rusten met de benodigde (computer)vaardigheden voor de banen van morgen.

Toekomstbestendige professionals

Naast na- en bijscholing van de huidige groep beroepskrachten, is de initiële opleiding relevant voor het ‘innovatiegevoeliger’ maken van professionals in wording. De docent in het team moet ook hier goed de weg in weten. Nauw samenwerken met onderwijsinstellingen en invloed uitoefenen op het curriculum helpen bij het toekomstbestendig opleiden van professionals. Zodat zij straks makkelijker kunnen meebewegen met zorgvernieuwingen.

Zorgvernieuwing leidt tot betere zorg en betere uitkomsten van behandeling en ondersteuning. Innovaties in zorg en welzijn dragen bij aan een de kwaliteit van leven en het welbevinden van mensen. Maar dan moeten de betreffende vernieuwingen wel goed worden gebruikt. Binnen de zorg is het daarom belangrijk dat nieuwe kennis en inzichten een plaats krijgen in de praktijk en in het onderwijs aan studenten en professionals. In het ‘gewone leven’ moeten eindgebruikers kunnen beschikken over goede instructies en zo nodig een passende training. Voor een succesvolle opschaling is het aan de docent in het team om te onderzoeken welke ondersteuning voor (professionele) eindgebruikers nodig is.

In het opschalingsteam kan de docent strategieën ontwikkelen die professionals helpen de innovatie goed in te passen in hun dagelijkse routine. Duidelijke instructies, gerichte training en persoonlijke ondersteuning zijn voorbeelden. Ook kan het goed zijn bij te dragen aan de initiële opleiding van toekomstige professionals. Op beroepsopleidingen wordt al meer gedaan om studenten te prikkelen tot een nieuwsgierige en kritische houding. Dat maakt ze ontvankelijker voor innovaties. En het geeft ze de tools in handen om in hun latere werk eenvoudiger stappen te zetten naar nieuwe werkwijzen. Kijk voor interessante praktijkervaringen in de OpschalingsGIDS.

Het betrekken van deze eindgebruikers in het innovatieproces is cruciaal bij de opschaling van innovaties. In veel innovatieprocessen ontbreekt hun perspectief echter, waardoor zorgvernieuwers vaak te veel uitgaan van bepaalde aannames over ‘klanten’. De docent in het opschalingsteam kan over mooie instrumenten beschikken om dat anders te doen. Bijvoorbeeld het People Value Canvas, een tool om op systematische wijze inzicht te verkrijgen in wat eindgebruikers echt belangrijk vinden. Dat geeft het team inzicht in manieren om eindgebruikers effectief gebruik te laten maken van de innovatie. In de OpschalingsGIDS is veel informatie te vinden over samenwerking met eindgebruikers.

ZonMw zet sterk in op een betere aansluiting van onderwijs op de praktijk. Subsidieaanvragers moeten aangeven hoe ze opleidingen willen betrekken en wat het project naar verwachting oplevert voor het onderwijs. Interessant is ook het Zorgpact. Dat is een initiatief van de landelijke overheid om samenwerking tussen zorgaanbieders, onderwijsinstellingen en lokale overheden te verbeteren. Een ander voorbeeld is het GET-LAB van Avans Hogeschool, een plek waar onderwijs, onderzoek en het werkveld samenkomen. Het lab wil bevorderen dat technologie meer wordt ingezet voor goede zorg. Nog meer voorbeelden staan in de OpschalingsGIDS onder het thema ‘Professionalisering en opleiding’.

Een effectief kanaal om onderwijskennis te laten stromen zijn kennispleinen. ZonMw zet er bijvoorbeeld stevig op in, als onderdeel van haar werk aan een goede infrastructuur voor implementatie. Op kennispleinen worden kennis, producten en ervaringen met elkaar gedeeld. Op de site van ZonMw is een mooi overzicht van relevante kennispleinen te vinden. Zoek ook eens contact met een academische werkplaats in de regio. Daar werken universiteiten en hogescholen samen met praktijk en beleid aan kennis waarmee de praktijk uit de voeten kan. Of kijk bijvoorbeeld eens op de site van de Academische Werkplaatsen Publieke Gezondheid. Inspirerend zijn ook de praktijkvoorbeelden van ‘In voor zorg’.