Direct naar de inhoudDirect naar het hoofdmenuDirect naar het zoekveld

Vraag en antwoord

Enthousiaste zorgvernieuwers hebben soms de illusie dat ze in hun eentje de (zorg)wereld kunnen veranderen. De ervaring leert dat het niet zo werkt. Omdat je als enige partij niet die ene, allesomvattende oplossing kunt realiseren, is samenwerken hoe dan ook nodig. Het is een belangrijke voorwaarde voor een geslaagde innovatie. Het lijkt vanzelfsprekend, maar vanwege de complexiteit van de zorgmarkt moet je dit echt doelgericht organiseren. Veel informatie is te vinden en in de SamenwerkingsGIDS en in de Kennisbank, onderdeel ‘Samenwerking’. Ook de OpschalingsGIDS bevat een uitgebreid thema ‘Samenwerking’, met handige tools en lessen uit de praktijk.

Een belangrijke praktijkles over verbinden : probeer niet zozeer te praten, maar eerder te luisteren. Houd steeds de onderliggende behoeften voor ogen. Iemand die kan verbinden is uiteraard óók een makkelijk prater. Maar hij (of zij, uiteraard) kan vooral goed luisteren, observeren, analyseren, relateren en reflecteren. Hij wisselt makkelijk van perspectief e?n weet te relativeren. En hij is een kei in motiveren en inspireren. Verbinden betekent het managen van verschillen, botsingen en wrijvingen. Draagvlak creëren bij uiteenlopende stakeholders hoort ook tot de competenties. Tips en trucs staan in de OpschalingsGIDS.

Zorgvernieuwers hebben te maken met bestuurders, managers en professionals van zorgorganisaties. Met zorgverzekeraars, overheden en de politiek. En niet te vergeten met burgers, cliënten en patiënten. Het is belangrijk om de onderlinge relaties en hun verschillende rollen van de diverse partijen te leren kennen. De drie belangrijkste partijen zijn in elk geval de patiënt/cliënt/consument, de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar of andere financier (zoals de gemeente). U heeft deze partijen nodig om uw vernieuwing succesvol te laten landen in de zorg. In het Kennisbankonderdeel Samenwerking staan alle mogelijke samenwerkingspartners op een rij, met een uitleg over hun rol en positie in het zorgveld.

Neem ruim de tijd voor het netwerken en opbouwen van samenwerkingsrelaties. Probeer helder te krijgen wat iedereen wil, hoe mensen willen samenwerken, en welke belangen er te onderscheiden zijn. Bouw zorgvuldig aan een onderlinge vertrouwensrelatie en investeer in een gedeeld gevoel van de maatschappelijke relevantie van de innovatie. Aan een gemeenschappelijke ambitie willen mensen graag (blijven) bijdragen. In de opbouwfase is intensieve communicatie een must, ook op het informele vlak. In het Kennisbankonderdeel Samenwerking staat een nadere uitwerking van verschillende acties rond netwerken en samenwerken.

Een goed draaiend team van mensen met verschillende achtergronden blijft ook gedurende het opschalingsproces zoeken naar specifieke expertise die het team kan verrijken. Het kan zinvol zijn om aansluiting te zoeken bij platforms die werken met een mentorsysteem, zoals Rockstart  en ZorgInnovatie.nl . Of om persoonlijke (peer-to-peer) ondersteuning te zoeken bij een ervaren ondernemer in de zorg. Dat kan bijvoorbeeld in regionale netwerken van ondernemers en zorgvernieuwers. Kijk ook eens op de agenda van het Ondernemersplein voor mogelijkheden om te netwerken. Meer tips zijn te vinden in de OpschalingsGIDS.

Opschalen is een complex en continu proces. De acties, ervaringen en reacties van eindgebruikers bepalen het succes. En er zijn veel omgevingsfactoren die het proces beïnvloeden. Dit alles is niet heel strak te ‘managen’. Improviseren en voortdurend meebewegen zijn cruciaal om verder te komen. Een stap-voor-stap handleiding voor opschaling is er dus niet. En ook geen checklist om simpelweg van boven naar beneden af te lopen. Wel zijn er een paar stappen te onderscheiden die het opschalingsteam in elk geval moet zetten, al ligt de volgorde niet vast. Het is zinvol om die stappen in een eigen plan vast te leggen. Op de implementatiepagina’s van ZonMw vindt u daarvoor handige hulpmiddelen en invultools. In de OpschalingsGIDS staan ook handige stappen.

Garanties zijn er natuurlijk niet te krijgen, maar een systematische aanpak kan wel een aantal onzekerheden verminderen. Daarvoor is de projectmanager aan zet. Bijvoorbeeld door een paar vragen vooraf te beantwoorden: wat willen we bereiken? Wie zijn hierbij van belang? Wat moeten deze mensen doen? Wat zijn de eigenschappen van de vernieuwing? En wat speelt er allemaal in de omgeving? Op de implementatiepagina’s van ZonMw vindt u een handig overzicht onder de noemer ‘Maak zelf een implementatieplan ’. Download daar het ook gelijknamige document voor informatie over het plannen van een vernieuwing en invultools die daarbij helpen. En kijk ook eens op de innovatiepagina van ZonMw. Daar staat onder andere informatie over programma’s waarin innovatie een belangrijke rol speelt.

Een SMART-doelstelling geeft richting en houvast. De formulering maakt concreet wat er bereikt moet zijn en wanneer. Dat helpt om mensen aan te sturen die dat doel moeten zien waar te maken. SMART staat voor: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. Het is slim om per doelgroep binnen het opschalingsproces SMART-doelstellingen te formuleren. Dus niet alleen voor de eindgebruikers, maar ook voor de andere partners in het proces. Wat moeten ze weten, denken én doen? Voor elke groep binnen het proces zijn de antwoorden op deze vragen weer anders. Kijk voor handige invultools op de implementatiepagina’s van ZonMw. Of zie de OpschalingsGIDS.

ZonMw helpt bij het implementeren en opschalen van innovaties, met kennis, ervaring en geld. Hoe ziet het implementatiebeleid van ZonMw eruit? Welke kennis is er te vinden in publicaties en andere bronnen? En wat zijn de nieuwste trends en ontwikkelingen op dit terrein? U vindt er alles over op de speciale implementatiepagina’s van ZonMw. In het onderdeel ‘Wet en regelgeving’ van de Kennisbank is informatie over juridische aspecten van zorgvernieuwing geordend naar de verschillende stadia van een innovatie. Ook de OpschalingsGIDS bevat een thema ‘Juridische aspecten’, met tips, tools en praktijkervaringen.

Als projectmanager zult u ongetwijfeld tegen dingen aanlopen waar u zelf niet uitkomt en die u ook niet binnen uw team kunt oplossen. Zoek in zo’n geval hulp. Bijvoorbeeld via het loket van Zorg voor innoveren of bij de onafhankelijke adviseurs van de Kamer van Koophandel. Schakel voor advies en ondersteuning ook de implementatieprofessionals van ZonMw in. Zij kunnen met hun brede expertise ook heel goed helpen bij vragen over opschaling. Op de ZonMw-pagina ‘Implementatie-expertise’ leest u waarvoor u de verschillende implementatiemedewerkers van ZonMw kunt benaderen. En download ‘Goud verzilveren’, een boekje over de meerwaarde van implementatie-expertise.

De ondernemer is bij uitstek iemand die kan netwerken en gemeenschappelijke doelen weet te benoemen, onmisbaar bij het verbinden van uiteenlopende belangen. Naast deze kwaliteiten die voor iedereen in het team relevant zijn, zijn er ook kenmerken die vooral bij de rol van de ondernemer horen. De eigenwijze ondernemer zorgt voor tempo, namelijk door niet per se consensus op alle punten te willen bereiken. Out of the box kunnen denken is ‘typisch ondernemer’. En zaken als vasthoudendheid, geloof in zichzelf en een grote zelfredzaamheid (dus veel zelf kunnen uitzoeken). Bent u die ondernemer? Op de site van de KvK staat een leuke ondernemerschapstest.

Ondernemerschap is geen toverformule voor succes. Een goede ondernemer die te weinig weet van de systemen binnen de zorg en er geen netwerk opbouwt, komt er óók niet. Maar andersom – wél zorgkennis maar geen ondernemerschap – is hoe dan ook een recept voor teleurstelling. In veel ondersteuningsprogramma’s, zoals van de Economic Board Utrecht of van commerciële partijen als Rockstart of ZorgInc, wordt scherp gelet op de houding van de zorgvernieuwers. Een briljant idee, maar geen ondernemerszin in een team? Vergeet het dan maar. Bij Rockstart is het allerlaatste woord trouwens aan een psycholoog, die met assessments test of een team het zal volhouden. De factor mens is immers cruciaal.

Een van de sterke eigenschappen van ondernemers is hun ambitieniveau. Niet te bescheiden zijn en groots durven dromen, dat brengt ze vaak ver. Een belangrijke les uit de praktijk: denk vanaf dag één al vanuit opschaling. Een vernieuwing die binnen een enkele instelling blijft, maakt het hele innovatieproces uiteindelijk onbetaalbaar. Start dus vanuit de gedachte dat de innovatie in heel Nederland gebruikt gaat worden, of misschien zelfs wel daarbuiten. Het motto: think big, start small, move fast. Blijf uzelf kritische vragen stellen. Welke route naar structurele bekostiging is de snelste? Wie is eigenlijk de klant en hoe bereiken we die? Opteren we voor de verzekerde zorg, of realiseren we de bekostiging op een andere manier? Antwoorden vindt u in het onderdeel ‘Financiering’ van de Kennisbank. Bijvoorbeeld bij de informatie over innovatieroutes in de zorg, met onder meer een mooie animatie.

Ja hoor, dat gaat best samen. Maar het team zal soms wel z’n best moeten doen om onderlinge cultuurverschillen te overbruggen. Tussen onderzoekers, ontwikkelaars, eindgebruikers en ondernemers ontstaat regelmatig wrijving over het tempo. Voor de wetenschap bijvoorbeeld zijn publicaties het ‘product’, terwijl het bij innovatie ook gaat om het (door)ontwikkelen van nieuwe werkwijzen. Of het commercieel doorvertalen van interventies naar een specifieke setting. Misschien zijn ondernemers soms te ongeduldig, maar voor wetenschappers en techneuten is een innovatie vaak lang ‘nog niet goed genoeg’. De ondernemer binnen het team kan de vaart er dan in houden. Kijk voor praktijkervaringen in de OpschalingsGIDS.

Behalve onderlinge steun binnen regionale netwerken van ondernemers en zorgvernieuwers, zijn er legio mogelijkheden voor ondernemers om zich te laten bijstaan in het opschalingswerk. Bijvoorbeeld via initiatieven als de StartupDelta en VitaValley, bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, het Ondernemersplein van de rijksoverheid, de Kamer van Koophandel of ZorgInc. En natuurlijk via het loket van Zorg voor innoveren. Tools en hulpmiddelen zijn er ook. Gebruik bijvoorbeeld beproefde modellen als The Lean Startup (ook veel gebruikt door Rockstart) en het Business Model Canvas. En kijk in de OpschalingsGIDS naar de informatie over businesscases en andere ondersteuning in het thema ‘Geld voor zorgvernieuwing’. In de Kennisbank is daarnaast veel informatie te vinden in het onderdeel ‘Financiering’.

De grootste hobbel voor ingrijpende vernieuwing in de zorg is de mens. Een vernieuwing betekent: veranderen. En daar zit vaak niemand echt op te wachten. Leeft u zich daarom goed in en leer de problemen van alle verschillende groepen kennen. Alleen met die inzichten kunt u eindgebruikers overtuigen dat de vernieuwing een verbetering oplevert. Breng zo vroeg mogelijk de kenmerken van de doelgroep in kaart. Wees flexibel en sluit aan bij behoeften en gebruiken. Denk bij ‘eindgebruiker’ trouwens niet alleen aan de patiënt, maar ook aan de zorgprofessional. Ook die moet zijn gewoonten immers aanpassen. Meer informatie vindt u in het onderdeel ‘Samenwerking’ in de Kennisbank en in de SamenwerkingsGids.

Vaak komt opschaling niet van de grond omdat het ontbreekt aan draagvlak om nieuwe initiatieven grootschalig aan te pakken. Draagvlak is nodig als er een grote verandering of vernieuwing op stapel staat, en vooral als de veranderingen consequenties hebben voor de organisatie én voor mensen persoonlijk. Zorgvernieuwers hebben de neiging ‘hoog in te zetten’ en vooral commitment te zoeken bij het bestuur van organisaties. Terwijl juist de middenmanagers vaak essentieel zijn voor een verandering. Zij sturen immers van dag tot dag op resultaten van de organisatie. Betrek zeker ook de mensen die straks hun werk met de vernieuwing beter kunnen doen. Of die er – als patiënt of cliënt – uiteindelijk van profiteren. Kijk voor meer informatie over draagvlak in de OpschalingsGIDS en in het onderdeel ‘Samenwerking’ in de Kennisbank.

Innovatie kan zelden e?e?n op e?e?n worden ingevoerd. Of opschaling een succes wordt, hangt dus in belangrijke mate af van het op maat maken van een zorgvernieuwing. Maatwerk betekent dat eindgebruikers de vernieuwing aan hun wensen kunnen aanpassen, zodat de beoogde verandering in hun werkwijze of gedrag aansluit bij wat zij prettig en goed vinden. Wees als verandermanager helder over wat de essentie van de innovatie is. Welk deel is wel aanpasbaar en welk deel niet? En welke ondersteuning kunnen de eindgebruikers hierbij verwachten? Door mensen mee te nemen in het proces zijn zij sneller geneigd hun gedrag te veranderen. Meer lessen uit de praktijk zijn te vinden in de OpschalingsGIDS.

Een ervaren verandermanager weet dat vernieuwing een proces is met verschillende snelheden. Het is dus belangrijk om iedereen op maat te helpen, zowel de voorlopers als de ‘achterhoede’. Schakel de voorlopers in voor het nadenken over ‘versnellingsvragen’: vraagstukken waar op dit moment nog geen pasklare oplossing voor is, maar waarbij de creativiteit van voorlopers tot mooie suggesties kan leiden. En help de ‘achterhoede’ met zogeheten vraagverhelderingsgesprekken, om helder te krijgen welke behoeften en ideeën er leven. Breng de verschillende gebruikersgroepen bij elkaar en formuleer samen een het ‘programma van eisen’ voor de innovatie. Kijk voor meer tips en trucs in de OpschalingsGIDS.

De verandermanager in het opschalingsteam kan het beste op zoek gaan naar de mensen die in hun gemeenschap iets voor elkaar krijgen. Bij het realiseren van verandering gaat het niet alleen om het (formele) commitment van management en bestuur. Mensen die er in de praktijk vooral baat bij kunnen hebben – als professional, cliënt of naaste bijvoorbeeld – kunnen uitstekende ‘ambassadeurs’ van een vernieuwing zijn. Zij hebben de innovatie al snel ‘geadopteerd’ en kunnen een voorbeeldfunctie hebben voor anderen. Vergeet overigens zeker niet de eventuele tegenstanders; de mensen die vooral weerstand laten zien. Belangrijk is dat zij zich gehoord en begrepen voelen. Vermijd ze dus niet, maar geef ze juist een rol in het vernieuwingsproces. Meer praktijkervaringen staan in de OpschalingsGIDS.

Op zich is het waar: wetenschappelijk onderzoek duurt vaak lang en leidt dus ook niet altijd snel tot een concreet antwoord. Toch is de wetenschap soms echt nodig. Maar als opschalingsteam kun je mede bepalen hoe dat onderzoek concreet vorm krijgt. Het is dus aan de onderzoeker in het team om al tijdens het eerste gesprek met onderzoekers ‘van buiten’ op één lijn te komen over de planning, de onderzoeksvraag, de betrokkenheid van het team en de mogelijkheden om samen op zoek te gaan naar onderzoeksgeld. En schroom niet te melden dat het team al na pakweg drie maanden de eerste resultaten wil zien. Die zijn namelijk heel goed te gebruiken voor de verdere ontwikkeling van een innovatie.

Het gaat bij opschaling niet per se om uitgebreid wetenschappelijk onderzoek, maar om een gedegen onderbouwing van de (potentiële) effectiviteit van een innovatie. Er bestaat geen ‘kookboek’ met universele recepten voor passende onderzoeksdesigns die daaraan voldoen. Elke innovatie heeft haar eigen specifieke vraagstelling(en). Definieer elke vraagstelling (en daaraan gekoppeld het design) keer op keer opnieuw binnen de context waarbinnen u een onderzoek uitzet. Laat een onderzoeker de vraagstelling scherp formuleren en de designkeuze goed onderbouwen. Lees meer over de vraag ‘Wat is de beste wetenschappelijke onderzoeksmethode?’ in de OpschalingsGIDS. En kijk op de ZonMw-pagina’s over Passend onderzoeksdesign.

Dat is een misverstand. Het klopt dat de overheid in het basispakket (van Zorgverzekeringswet én Wet langdurige zorg) alleen aantoonbaar effectieve zorg toelaat. Dat betekent dat een innovatie onder meer wordt getoetst aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’. Maar daar is niet per se een zogeheten RCT voor nodig. Zowel wetenschappelijke als professionele argumenten worden meegewogen. Zorginstituut Nederland gaat bij zijn beoordeling uit van de passend-onderzoek benadering. Het doel daarvan is een transparant, toetsbaar, consistent en houdbaar standpunt. In het document van het Zorginstituut over de beoordeling staat een ‘passend onderzoek vragenlijst’. Er komt ook een vergelijkbare lijst voor de Wlz.

Dat is zelfs sterk aan te raden. Voor een goede onderbouwing van de meerwaarde van een innovatie én voor betere kansen op succesvolle opschaling ervan. Sommige zorgvernieuwers kiezen voor een ‘iteratief ontwerpproces’; stap voor stap werken aan de ontwikkeling. Door opeenvolgende versies van een innovatie steeds weer te toetsen bij de eindgebruikers, ontdekken ze wat wel of niet werkt in de praktijk. Dit in tegenstelling tot onderzoekers die hun evaluaties alleen maar in een labomgeving of een proefopstelling doen. Dan test je een innovatie onder onrealistische omstandigheden, zonder de waardevolle feedback van eindgebruikers. In de OpschalingsGIDS staan meer ervaringen en lessen uit de praktijk en tips en trucs over onderzoek.

Op initiatief van ZonMw vormen zo’n driehonderd onderzoekers, praktijkprofessionals en beleidsmakers het netwerk Bruikbaar Onderzoek. Ze wisselen goede voorbeelden uit en brengen hun eigen expertise in op onderwerpen als co-creatie, alternatieven voor RCT’s, onderzoek naar kosteneffectiviteit, kostenimpact van innovaties, gebruik van bestaande data en ‘systeemfalen’. De leden van het netwerk vormen een speciale LinkedIn-groep. Aanmelden kan via de site van het netwerk. Ook de implementatiemedewerkers van ZonMw weten raad met vraagstukken over passend onderzoek. Op zoek naar financieringsmogelijkheden van onderzoek? Kijk dan op de innovatiepagina’s op de ZonMw-site (inclusief subsidiekalender) en in de OpschalingsGIDS bij het thema Onderzoek.

Zorgvernieuwing leidt tot betere zorg en betere uitkomsten van behandeling en ondersteuning. Innovaties in zorg en welzijn dragen bij aan een de kwaliteit van leven en het welbevinden van mensen. Maar dan moeten de betreffende vernieuwingen wel goed worden gebruikt. Binnen de zorg is het daarom belangrijk dat nieuwe kennis en inzichten een plaats krijgen in de praktijk en in het onderwijs aan studenten en professionals. In het ‘gewone leven’ moeten eindgebruikers kunnen beschikken over goede instructies en zo nodig een passende training. Voor een succesvolle opschaling is het aan de docent in het team om te onderzoeken welke ondersteuning voor (professionele) eindgebruikers nodig is.

In het opschalingsteam kan de docent strategieën ontwikkelen die professionals helpen de innovatie goed in te passen in hun dagelijkse routine. Duidelijke instructies, gerichte training en persoonlijke ondersteuning zijn voorbeelden. Ook kan het goed zijn bij te dragen aan de initiële opleiding van toekomstige professionals. Op beroepsopleidingen wordt al meer gedaan om studenten te prikkelen tot een nieuwsgierige en kritische houding. Dat maakt ze ontvankelijker voor innovaties. En het geeft ze de tools in handen om in hun latere werk eenvoudiger stappen te zetten naar nieuwe werkwijzen. Kijk voor interessante praktijkervaringen in de OpschalingsGIDS.

Het betrekken van deze eindgebruikers in het innovatieproces is cruciaal bij de opschaling van innovaties. In veel innovatieprocessen ontbreekt hun perspectief echter, waardoor zorgvernieuwers vaak te veel uitgaan van bepaalde aannames over ‘klanten’. De docent in het opschalingsteam kan over mooie instrumenten beschikken om dat anders te doen. Bijvoorbeeld het People Value Canvas, een tool om op systematische wijze inzicht te verkrijgen in wat eindgebruikers echt belangrijk vinden. Dat geeft het team inzicht in manieren om eindgebruikers effectief gebruik te laten maken van de innovatie. In de OpschalingsGIDS is veel informatie te vinden over samenwerking met eindgebruikers.

ZonMw zet sterk in op een betere aansluiting van onderwijs op de praktijk. Subsidieaanvragers moeten aangeven hoe ze opleidingen willen betrekken en wat het project naar verwachting oplevert voor het onderwijs. Interessant is ook het Zorgpact. Dat is een initiatief van de landelijke overheid om samenwerking tussen zorgaanbieders, onderwijsinstellingen en lokale overheden te verbeteren. Een ander voorbeeld is het GET-LAB van Avans Hogeschool, een plek waar onderwijs, onderzoek en het werkveld samenkomen. Het lab wil bevorderen dat technologie meer wordt ingezet voor goede zorg. Nog meer voorbeelden staan in de OpschalingsGIDS onder het thema ‘Professionalisering en opleiding’.

Een effectief kanaal om onderwijskennis te laten stromen zijn kennispleinen. ZonMw zet er bijvoorbeeld stevig op in, als onderdeel van haar werk aan een goede infrastructuur voor implementatie. Op kennispleinen worden kennis, producten en ervaringen met elkaar gedeeld. Op de site van ZonMw is een mooi overzicht van relevante kennispleinen te vinden. Zoek ook eens contact met een academische werkplaats in de regio. Daar werken universiteiten en hogescholen samen met praktijk en beleid aan kennis waarmee de praktijk uit de voeten kan. Of kijk bijvoorbeeld eens op de site van de Academische Werkplaatsen Publieke Gezondheid. Inspirerend zijn ook de praktijkvoorbeelden van ‘In voor zorg’.