Direct naar de inhoudDirect naar het hoofdmenuDirect naar het zoekveld

Stelselwetten

Het Nederlandse zorgstelsel is opgebouwd rondom een aantal hoofdwetten; de zogenaamde stelselwetten. Deze wetten bepalen in grote lijnen welke zorg waar thuishoort, wie ervoor verantwoordelijk is en ook wie daarop toeziet. Hieronder wordt de inhoud van deze wetten kort weergegeven.

Zorgverzekeringswet (Zvw)

De zorgverzekeringswet (Zvw) vormt sinds 2006 de basis voor het vernieuwde Nederlandse zorgverzekeringsstelsel. De wet stelt een zorgverzekering verplicht voor iedereen die in Nederland woont of werkt. Aansluitend worden de zorgverzekeraars verplicht iedereen te accepteren voor een basisverzekering zonder extra kosten, ongeacht het medisch verleden. Binnen deze Zvw is het recht op curatieve zorg geregeld. Het Zorginstituut Nederland adviseert de minister op de inhoud van het basispakket. Vervolgens is het aan de zorgverzekeraars om de zorg in te kopen bij de verschillende zorgaanbieders.

Wet langdurige Zorg (Wlz)

De wet langdurige zorg is er voor mensen die de hele dag intensieve zorg of toezicht dichtbij nodig hebben. Te denken valt aan mensen met een ernstige verstandelijke of lichamelijke beperking. Net als bij de Zorgverzekeringswet adviseert het Zorginstituut Nederland hierbij over de zorg waar burgers recht op hebben en neemt de minister hierover uiteindelijk het besluit. Daarnaast wordt ook vastgesteld wie, wanneer, waarop aanspraak kan maken. Want in tegenstelling tot de Zorgverzekeringswet heeft hier niet iedereen bij voorbaat recht op dezelfde zorg. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt of iemand recht heeft op Wlz. Waar bij de Zvw de zorgverzekeraars aan zet zijn om zorg in te kopen, zijn dat in de Wlz de zorgkantoren. Ook zij gaan in onderhandeling met aanbieders van – in dit geval – langdurige zorg.

 

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo)

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt dat mensen met een beperking de voorzieningen, hulp en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Dit kunnen gehandicapten, ouderen of mensen met psychische problemen zijn. Het doel is om mensen zo lang en zo zelfstandig mogelijk te laten deelnemen aan de samenleving. Binnen de Wmo zijn gemeenten verantwoordelijk voor deze maatschappelijke ondersteuning. Zij bekijken samen met de burger in gesprekken welke zorg nodig is en door wie die kan worden geleverd. In tegenstelling tot de Zvw en de Wlz gaat het hier om (recht op) voorzieningen in plaats van ‘recht op zorg’, en betreft het ook geen zorg waarvoor burgers zich dienen te verzekeren.

 

Jeugdwet

De jeugdwet zorgt ervoor dat de verschillende vormen van zorg, hulp en ondersteuning aan jeugdigen wordt gewaarborgd. Het gaat om zorg voor opgroei- en opvoedproblematiek en zorg voor geestelijke gezondheid van jeugd. De gemeenten zijn hierbij verantwoordelijk voor het aanbieden van de juiste ondersteuning. Curatieve zorg voor jeugdigen valt in de meeste gevallen wel onder de zorgverzekeringswet en in die gevallen is de zorgverzekeraar dus verantwoordelijk voor de juiste inkoop. Het idee achter de jeugdwet is – net als bij de Wmo -  dat de zorg dichter bij de cliënten staat.

Wet publieke gezondheid (Wpg)

De Wet publieke gezondheid (Wpg) regelt de organisatie van de openbare gezondheidszorg, de bestrijding van infectieziektecrises en de isolatie van personen en vervoermiddelen die internationaal gezondheidsgevaren kunnen opleveren. Hierbij spelen onder andere GGD’en en het RIVM een belangrijke rol.