Zorginkoop VGZ tijdens COVID-19: deels andere inhoud maar geen koerswijziging

De regels van de anderhalvemeter-samenleving hebben een enorme impact op de zorg. Nieuwe, vaak digitale, toepassingen worden breed ingezet. Sommige wijzigingen in het Nederlandse zorglandschap lijken inmiddels permanent van karakter te worden. Hoe hebben die veranderingen invloed op het zorginkoopbeleid van zorgverzekeraar VGZ?

©Zvi

Bij Coöperatie VGZ is Marit Tanke Directeur Strategie & Innovatie. Samen met haar collega Nils van Herpen, Innovatiemanager, werken ze aan het zorginkoopbeleid. Daarbij blijft het uitgangspunt van de zorgverzekeraar in tijden van corona ongewijzigd: het blijft draaien om ‘zinnige zorg’: betere zorg voor de patiënt tegen lagere kosten op basis van initiatieven van zorgprofessionals. Marit licht toe: “Als zorgverzekeraar zijn we verantwoordelijk voor een toegankelijke en betaalbare zorg voor onze verzekerden, voor nu en de langere termijn. Wij geloven dat zorgverleners het beste weten hoe ze de zorg kunnen vernieuwen. Zij ontwikkelen samen, met en voor de patiënt, slimmere behandelingen of manieren. Want zorgverlener en patiënt weten het beste wat zinnige zorg is. Wij bieden ze hiervoor de ruimte en stimuleren andere zorginstellingen ook aan de slag te gaan met veranderprogramma’s.”

Een veranderde wereld

Op het moment dat VGZ haar inkoopbeleid 2021 publiceerde, had corona de wereld ineens heel erg veranderd. De reguliere zorgprocessen kwamen grotendeels stil te liggen, waardoor het nog belangrijker werd op andere manieren te zorgen dat zoveel mogelijk mensen de zorg krijgen die ze nodig hebben. Marit: “De inhoud van afspraken met zorgaanbieders zal meer focus op digitaal laten zien; dat is gewoon noodzakelijk. Daarnaast moet je denken aan innovaties waarbij je meer in dagbehandeling of poliklinisch doet in plaats van een ziekenhuisopname. Of meer doen in eerste lijn zodat patiënten niet onnodig naar de tweede lijn hoeven en je het ziekenhuis ontlast. Maar ook meer nadruk op de wijkverpleging. Op die manier passen we ons inkoopbeleid niet echt aan maar krijgt dit soort onderwerpen wel meer aandacht. En dat verschilt per zorgsoort.”

©Zvi

Weinig nieuwe regels nodig

VGZ ziet haar rol niet als opleggen van welke interventie aanbieders precies moeten doen. De kennis die daarvoor nodig is, ligt bij het veld en dat wil ze zo houden. Wel blijft ze actief in gesprek met aanbieders om bijvoorbeeld af te spreken hoe ze de heropstart van reguliere zorg kunnen helpen faciliteren en versnellen. Zo verdiept Nils zich vooral in de initiatieven die spelen bij ziekenhuizen en huisartsen. Hij ziet positieve effecten van ontwikkelingen die al liepen en nu een enorme vlucht nemen: “Je ziet instellingen waar het percentage videobellen plotseling 20 of 30 maal hoger is. En initiatieven waar nu veel meer zorgaanbieders willen instappen. Samen met de betrokkenen evalueren en delen we dergelijke voorbeelden. Over het heropstarten van de zorg en het vasthouden van ontwikkelingen. We proberen inzicht te geven in wat er speelt, en maken een inschatting wat het voor een specifieke aanbieder kan betekenen; bijvoorbeeld hoeveel patiënten ermee gemoeid zijn. Mooi om te zien is dat sommige aanbieders zich als doel stellen om op een bepaald aantal procent digitaal te blijven en niet terug te keren naar de oude situatie. Dat is hun eigen ambitie, de koudwatervrees is verdwenen. We hoeven daarvoor onze inkoopsystematiek niet volledig aan te passen, er zijn geen ingrijpende nieuwe regels van de Nederlandse Zorgautoriteit voor nodig. We waren al voorgesorteerd op de digitale ontwikkelingen. We borduren voort op bestaande afspraken maar versnellen en verdiepen die.”

E-health is meer dan beeldbellen

De vraag hoe je de digitale zorg in de huidige coronacrisis kunt inzetten om zoveel mogelijk patiënten de benodigde zorg te geven, is voor VGZ nu enorm belangrijk. Digitale zorg heeft bij de verzekeraar een enorme vlucht genomen. Maar dat betekent niet dat e-health voor alle patiënten de beste oplossing is, vindt Marit. “Het kan een enorme ondersteuning zijn en voor sommige patiënten zelfs een passender oplossing. Via onze partners zien we dat veel afspraken gemaakt zijn om bijvoorbeeld digitale GGZ te kunnen opschalen. Maar ook bij ziekenhuizen en huisartsen: hoe voorkom je dat wachtruimtes te vol zijn. Nieuwe initiatieven en bestaande technieken worden op een andere manier ingezet. Beeldbellen wordt bijvoorbeeld ook binnen de muren van het ziekenhuis ingezet om minder persoonlijke beschermingsmaterialen te hoeven gebruiken.”
Nils voegt toe dat de digitale opties niet alleen het vervangen van een face-to-face contact met videobellen betekent. “Je kunt het proces herontwerpen en ook metingen op afstand toevoegen. Bijvoorbeeld voor iemand met een chronische aandoening die nu een periodiek herhaalconsult  op de poli heeft. Op dat moment is er niets aan de hand en valt er misschien weinig te bespreken maar drie dagen later thuis is er iets mis en is er wel direct contact nodig. Het gaat verder dan beeldbellen; je kunt ook flexibeler werken, mensen direct zien als dat op basis van thuismetingen noodzakelijk is. Tijdens corona doen we er meer en versneld ervaring mee op en ik verwacht zeker vervolgstappen.”

Onderlinge afspraken

Met zoveel veranderingen binnen de zorg zou je verwachten dat verzekeraars onderling afspraken maken om de zorgverlening goed over het land te verdelen. Maar een dergelijke ‘kartelvorming’ is wettelijk verboden. Toch is er tijdens de corona-crisis wel meer afstemming mogelijk, vertelt Marit. “We zitten in een uitzonderingssituatie. We functioneren in deze crisissituatie onder de wet publieke gezondheid en dat betekent dat we meer gezamenlijk afstemmen om de zorg overeind te kunnen houden. We werken nu met de continuïteitsbijdrage; een regeling waarin zorgaanbieders de komende tijd hun zorg kunnen blijven leveren en ook hun geld ontvangen. Daarop vult Nils aan: “Een aantal noodzakelijke dingen, zoals het oprichten van een coronahotel, zijn via het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ) gedaan. Binnen de ROAZ zijn één of twee verzekeraars in de lead om afspraken te maken en de rest volgt, om het niet al te ingewikkeld te maken.”

Financiële gevolgen

Gaat het budget dat VGZ voor de inkoop van zorg beschikbaar heeft, veranderen als gevolg van de coronacrisis? Er gaan in de media verhalen rond dat de premies voor zorgverzekeringen met 150 euro zullen stijgen. Marit vindt het nog te vroeg om daarover iets te kunnen zeggen: “We zitten middenin allerlei regelingen, veel moet nog duidelijk worden. Waarschijnlijk kan er binnen het bestaande budget veel worden opgelost door dingen op een andere manier te doen.” Nils voegt toe: “We maken afspraken met ziekenhuizen over het bedrag dat zij krijgen voor de zorg aan onze verzekerden. Daarbij is er qua vergoeding geen onderscheid meer in face-to-face of digitale consulten. Wij kopen gewoon zorg in bij het ziekenhuis; dat kan nu zelf bepalen wat voor consult het beste is. Het is vooral zaak om straks samen te evalueren: wat zijn de goede dingen die nu ontstaan zijn die we moeten behouden of waar kunnen we een stapje extra doen. We moeten met aanbieders straks ook goed vergelijken welke andere alternatieven er allemaal ontstaan zijn zodat we dat ook mee kunnen nemen voor een duurzame inrichting.”

Zorginnovators, zoek een aanbieder!

Een groot aantal ondernemers is bezig met oplossingen voor corona-gerelateerde problemen. Hoe zorg je er als innovator voor dat jouw idee onder de aandacht van verzekeraars komt? Marit heeft een duidelijk advies: “Het heeft onze voorkeur om het bespreken van nieuwe initiatieven samen met een zorgaanbieder te doen. Dan weten we dat een aanbieder daadwerkelijk wil starten met die innovator en wat daarvoor nodig is. Zorgaanbieders hebben het beste zicht op de dagelijkse praktijk en de impact op processen. Wij willen niet op de stoel van de aanbieder gaan zitten.”
Maar VGZ kan een innovatie wel op weg helpen, vertelt Nils. “In de contacten tussen aanbieders en zorginkopers kunnen we meedenken over wat er nodig is om een opschaling te regelen. Is er tijdelijk of structureel iets in de bekostiging nodig? Specifiek gericht op onze verzekerden of voor alle zorgverzekeraars? Daarvoor moet al wel duidelijk zijn dat de innovatie in de praktijk echt werkt. Een afspraak tussen een aanbieder en een zorgverzekeraar levert voor de innovator meer zekerheid betreffende de vergoeding van zijn product als hij dat ook bij een andere speler wil aanbieden.”

Ben je benieuwd hoe het inkoopbeleid wordt beïnvloed bij andere zorgverzekeraars? Je leest het in dit interview met Menzis.

Hoe kan Zorg voor innoveren jou helpen?

Wij zijn het centrale aanspreekpunt vanuit de overheid voor zorginnovatoren. Wil je weten hoe een zorgverzekeraar ook jouw innovatie kan dekken? Stel je vraag direct aan ons en dan proberen de vijf partners achter Zorg voor innoveren je verder te helpen. Weten zij het antwoord niet? Dan gaan ze op zoek naar iemand die dat wel kan; op deze manier kom je altijd een stap verder!

Zorg voor innoveren is een samenwerking tussen: het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Zorginstituut Nederland (Zin), Nederlandse Zorgautoriteit, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en ZonMw.