‘Voor optimale zorg zijn PGO én Zorgnetwerk-omgeving nodig’

Samen met Drimpy behoorde Ivido - ook een Persoonlijke Gezondheidsomgeving- leverancier (PGO) – tot de eerste twee die een label van MedMij behaalden. Hans Niendieker had Ivido opgestart nadat hij, als programmamanager van de healthdeal chronische pijn, merkte dat uitwisseling van gezondheidsgegevens tussen patiënten en zorgverleners was verzuild. Inmiddels is Hans van mening dat de PGO maar de halve oplossing van een probleem is; er is ook een zorgnetwerkomgeving nodig, gericht op zorgaanbieders.

Het programma waaraan Hans leiding gaf, betrof chronische pijnpatiënten. Een duur en omvangrijk dossier, met zorgkosten van 4 miljard euro per jaar en maatschappelijke kosten van 20 miljard euro en 2,2 miljoen betrokken patiënten. Hans vertelt: “Patiënten met chronische pijn hebben te maken met verschillende zorgverleners die vaak elkaars taal niet spreken en onderling geen goede informatie-uitwisseling hebben. We willen naar ‘schotloze’ netwerkzorg en info kunnen uitwisselen in dat netwerk, met zoveel mogelijk regie en actieve participatie van de patiënt.”

portret Hans Niendieker
©Zvi
Hans Niendieker

PGO ontwikkeling

Met medewerking van studenten aan de TU Delft begon Ivido de ontwikkeling van hun PGO, waarmee de patiënt één omgeving heeft waar hij met al zijn zorgverleners kan communiceren en regie heeft over zijn gegevens. Maar het gaat om meer, licht Hans toe: “Je wilt de patiënt niet in het ziekenhuis hebben als dat niet hoeft. Er kan veel op afstand gemonitord worden. Er komen veel patiënten in het ziekenhuis of bij de huisarts voor een consult waarvan je je kunt afvragen of het echt nodig is. Daarnaast weten zorgverleners van elkaar vaak niet wat ze doen; wat risico op fouten betekent. Door medicatiefouten kent Nederland 67.000 onnodige opnames en veel onnodige doden, dat speelt al 20 jaar. We krijgen het niet opgelost als we informatie niet beter uitwisselen, of de patiënt die de medicatie inneemt geen serieuze rol geven,” benadrukt Hans.

Zorgnetwerkomgeving

 “We hebben de PGO niet alleen voor de patiënt ontwikkeld,” legt Hans uit. “Je wilt ook een omgeving voor zorgverleners waarin ze met elkaar én de patiënt kunnen communiceren. Die bestond niet; daarom hebben we de ZorgNetwerkOmgeving (ZNO) ontwikkeld.” Dat gebeurde door een nieuwe coöperatieve zorginstelling: HINQ, waarvan Hans bestuurslid is. “In de ZNO ontsluiten we informatie van verschillende zorgverleners en uit de PGO (bijv. zelfmetingen). We verzamelen deze informatie overzichtelijk in medical dashboards, beschikbaar voor alle betrokken zorgverleners (mits de patiënt daar toestemming voor geeft). Hierdoor ontstaat een interoperabel systeem waarmee alle betrokkenen informatie kunnen uitwisselen in het zorgnetwerk van de patiënt.”

Een grote uitdaging

Ivido merkte bij de ontwikkeling van hun PGO dat het MedMij-stelsel eigenlijk nog in de kinderschoenen staat; er waren tijd en energie kostende barrières. Hans vertelt: “Onduidelijkheid over certificering, over standaarden voor de zorginformatiebouwstenen, over de positie van het juridische stelsel en nog veel onbekendheid met het stelsel. Je moet aan meer denken dan patiënten en veel gegevens; ook dat het voor zorgverleners zinvol moet zijn. Zorgverleners werken pas nu volop aan voldoen aan het stelsel. Dat had andersom of meer parallel gemoeten; eerst zorgverleners en daarna PGO’s stimuleren te voldoen.” Nu wachten PGO’s op data die er al een jaar uitblijft. Daarnaast werken VIPP-subsidies die moeten versnellen, onbedoeld juist tot vertraging. “Mensen wachten tot het moment dat ze subsidie kunnen binnenhalen. Dan wordt geld heel sturend in het proces. Om dat te doorbreken, is structurele financiering van blended care netwerkzorg nodig; de combinatie van traditionele, ‘face-to-face’-zorg en digitale zorg op afstand.”

'Gezondheid preventief ondersteunen betekent meer dan data naar een PGO pompen'

Doorontwikkeling

De PGO van de toekomst zal zich naast patiënten ook richten op gezonde burgers voor preventie en proactief met gezondheid omgaan. Hans: “We werken hierin ook samen met nieuwe initiatieven zoals Salut.” Hans denkt dat de PGO pas echt zal werken als deze het zorgproces optimaal ondersteunt en een plek heeft in ‘blended care’; “Dan hebben niet alleen burgers en patiënten er voordeel van, maar ook de zorg zelf. Minder registratiebelasting, altijd actuele informatie, digitaal communiceren met de patiënt. We willen gezondheid preventief ondersteunen. Dat betekent meer dan data naar een PGO pompen.” 

Zorginnovatoren

Zorginnovatoren zullen een rol hebben in doorontwikkeling van PGO’s. Door de ontwikkeling van e-health-applicaties die PGO’s verrijken, ondervinden patiënt en zorgprofessionals meerwaarde. Zo is in Ivido beeldbellen al mogelijk tussen zorgverleners onderling en met de patiënt. Hans: “Er worden steeds functies toegevoegd om zorg op afstand mogelijk te maken. Dat faciliteert samenwerken in zorgnetwerken, wat zorgpaden ondersteunt en stimuleert. Het gaat om integreren van slimme AI-oplossingen die patiënt én zorgprofessional ondersteunen. Je hebt dan beter inzicht in de juiste keuze van behandelingen, wat beter samen beslissen mogelijk maakt.”

Promotie voor PGO

Voor het breed introduceren hebben we samen met het ministerie van VWS, Patiëntenfederatie Nederland en MedMij een actieplan uitgewerkt. Ieder heeft daarin een eigen verantwoordelijkheid, verduidelijkt Hans: “Het zou mooi zijn als VWS niet alleen stimuleert maar ook reguleert. Bijvoorbeeld door afdwingen van de uitwisseling van informatie. De Patiëntenfederatie kan bijdragen door stimuleren en communiceren over het gebruik van PGO zoals iedereen met internetbankieren doet. Ook Zorgverzekeraars Nederland overweegt een stimuleringsstelsel; verzekeraars realiseren zich dat de organisatorische transitie van Juiste Zorg op de Juiste Plek niet lukt zonder digitale transitie.”