Nieuwe vergoeding, taakverdeling en systemen verbeteren valpreventie bij huisartspraktijk

Bij Huisartsenpraktijk Rijsenhout was valpreventie al goed geregeld. Sportservice Haarlemmermeer verzorgde een beweegaanbod voor patiënten met een laag en matig valrisico, maar nog niet voor patiënten met een hoog risico. Inmiddels is er ook voor deze groep een passend aanbod en een doeltreffende valrisicobeoordeling. Dit werd mogelijk gemaakt door een ruimere vergoeding door de zorgverzekeraar, de inzet van nieuwe systemen en een aangepaste rolverdeling tussen zorgprofessionals. Praktijkondersteuner Huisarts Lonneke van Rijn legt uit wat er is veranderd.
‘Als praktijkverpleegkundige heb ik een verbindende rol binnen het netwerk rond de ouderenzorg,’ vertelt Lonneke. ‘In onze de praktijk is een van de praktijkhouders kaderarts ouderengeneeskunde; ik ben bij haar in dienst. In onze regio zijn we daardoor best ver met het implementeren van ouderenzorg en alle dingen die daarbij komen kijken, zoals valpreventie.’
Die kaderarts was bestuurder bij Zorggroep Haarlemmermeer en onderhield goede contacten met Zorg en Zekerheid, de regionale zorgverzekeraar. Eind 2024 kwam er een vergoeding beschikbaar voor valpreventie binnen de huisartsenpraktijk. Voorwaarde was dat de uitvoerders van de valanalyse een erkende opleiding bij VeiligheidNL zouden volgen. Zorginstituut Nederland beschouwt valrisicobeoordeling als geneeskundige zorg en stelt dat hiervoor een brede medische blik nodig is van een huisarts of medisch specialist. Maar die hebben daar in de praktijk vaak onvoldoende tijd voor.
‘Onze praktijk besloot om dit in een samenwerking op te pakken,’ vertelt Lonneke. We werken al langer samen met geriatrie-fysiotherapeuten Monique Duffels en Veerle Vermij, van Fysio Cura Plaza. Binnen de ouderenzorg spreken we elkaar tijdens multidisciplinair overleg en hebben contact over gezamenlijke patiënten. De fysio's waren bereid om de opleiding van VeiligheidNL te volgen, zodat zij de valanalyse konden uitvoeren.’ Die opzet wordt een ‘verlengde-armconstructie’ genoemd.
Pilot als opstap naar structurele inrichting
De samenwerking werd uitgewerkt in een pilot, waarbij ook een projectleider aansloot voor organisatorische zaken en advies over de financiële inrichting. Want verschuiving van de valbeoordeling naar de fysiotherapeuten vroeg om nieuwe werkafspraken en een andere manier van declareren.
‘Toen we de pilot startten, konden wij alleen verrichtingen van de huisarts bij de zorgverzekering declareren. Omdat de huisarts de valbeoordeling niet zelf uitvoert, moest dat anders worden ingericht. We hebben toen een constructie gemaakt waarbij de fysiotherapeuten als onderaannemer hun uren bij ons declareren. De huisartsenpraktijk is hoofdaannemer en diende één declaratie in bij de zorgverzekeraar. Vanuit die vergoeding betaalden wij de fysiotherapeuten.’ Sinds 1 maart declareren fysiotherapeuten via VIPLive, een regionaal gezondheidsplatform dat samenwerking, gegevensuitwisseling en planning ondersteunt en ook de administratieve en financiële processen faciliteert.
Digitale ondersteuning en procesverbetering
Het declaratieproces via VIPLive is een grote verbetering. ‘Vroeger stuurden wij elkaar Word-bestandjes met gegevens,’ licht Lonneke toe. ‘Die moesten apart worden ingelezen en opgeslagen, wat veel extra handelingen gaf. Dat gaat nu met VIP LIVE veel makkelijker.’
Binnen de pilot kreeg de samenwerking tussen POH Lonneke en fysiotherapeut Monique een duidelijke taakverdeling: Monique voert de valanalyse uit, Lonneke verzorgt de verwijzing en stemt eventuele vervolgacties af met de huisarts. Als dat een geheugentest, een polyfarmacie-check of doorverwijzing naar ergo- of podotherapeut is, wordt dat op de gebruikelijke huisartsentarieven gedeclareerd in het huisartsensysteem.
Gericht op de juiste patiënt
De pilot richtte zich vooral op patiënten met een hoog valrisico. Voor deze groep wordt het Otago oefenprogramma ingezet. Na een valanalyse door een gediplomeerde valanalist wordt dit programma door de zorgverzekeraar vergoed. ‘Dat werd bij de start van de pilot bekend; fijn voor patiënten die niet aanvullend verzekerd zijn,’ merkt Lonneke op. ‘Het was een mooie kans om zowel valincidenten te verminderen én patiënten sterker en stabieler te maken. Tegelijk werk je aan preventie binnen de ouderenzorg.’
Beter inzicht
Valrisico ontstaat vaak geleidelijk en blijft daardoor lang onopgemerkt. Lonneke herkent de eerste signalen wel regelmatig. ‘Je ziet dat iemand een heel zwak handje geeft of moeilijk opstaat. De kracht neemt af. Tegelijk nemen mensen zelf niet snel het initiatief nemen om naar een fysiotherapeut te gaan. Daarom is het goed dat we de valanalyse kunnen aanbieden. Veel patiënten die een standaard beweegprogramma volgen, blijken fysiek gewoon het Otago-programma nodig te hebben.’
In gesprekken met patiënten wordt gekeken hoe zij zo lang mogelijk veilig mobiel kunnen blijven. Daarbij komen ook factoren als medicatiegebruik, cognitie, duizeligheid en de thuissituatie aan bod.
‘We stellen de 3 standaardvragen van de valrisicotest; bent u bang om te vallen, heeft u laatst een val gehad of bent u onzeker met lopen? Als iemand openstaat voor verdere begeleiding, melden we die aan bij de fysiotherapeut. Die komt thuis langs voor een uitgebreide beoordeling, inclusief wandeltest. Afhankelijk van de uitkomsten schakelen we bijvoorbeeld een ergotherapeut, diëtist of podotherapeut in.’
Veel patiënten krijgen het advies om het Otago oefenprogramma te volgen, gericht op spierkracht, mobiliteit en coördinatie. ‘Eigenlijk zou iedereen het moeten doen.’
Uitdagingen
Hoewel de valanalyse preventief werkt, levert het ook extra werk op. Dat was in het begin een drempel. Lonneke: ‘We hadden vooraf ingeschat dat een analyse ongeveer een uur zou duren. In de praktijk loopt dat vaak uit, zeker bij oudere patiënten. Je bent bij mensen thuis, er is altijd wat extra tijd nodig. Terwijl er in de praktijk alweer andere patiënten zitten te wachten. Maar uiteindelijk levert het iets op; minder valincidenten en betere gezondheid. Het is vooral een kwestie van goed inregelen.’
Ook het werken met digitale systemen vroeg gewenning. ‘Niet alle fysiotherapeuten werkten meteen gemakkelijk met het systeem. Maar uiteindelijk bespaart VIPLive juist tijd.’
Nieuw normaal
De pilot is inmiddels de nieuwe werkwijze geworden. ‘Ik hoop dat meer mensen hier enthousiast van worden,’ zegt Lonneke. ‘Want we zien echt verbetering bij patiënten. Bijvoorbeeld bij een ouder echtpaar dat na deelname aan Otago sterker is geworden. Ze wonen nog zelfstandig, hun gewicht is stabiel dankzij de inzet van een diëtist en het aantal valincidenten is afgenomen. Dat zijn concrete resultaten. En dat is waar je het uiteindelijk voor doet.’
Tips rond valpreventie
Op basis van haar ervaring met de succesvolle pilot deelt Lonneke een aantal tips:
‘Zorg dat je sociale kaart op orde is en investeer in samenwerking. Wij hebben een ouderennetwerk waarin we elkaar regelmatig ontmoeten: ergo- en fysiotherapeuten, logopedisten, thuiszorg, huisartsen en dagbesteding. Zo weet je elkaar te vinden en kun je beter afstemmen. Dat levert soms verrassende inzichten op. En gebruik je apotheker voor de farmaceutische kennis. Iedereen heeft een eigen expertise; maak daar gebruik van. Zo kun je samen veel bereiken ten gunste van de patiënt.’
Daarnaast benadrukt Lonneke het belang van een goede taakverdeling. ’Voorkom onduidelijkheid door vooraf heldere afspraken te maken. En zorg dat je systemen goed ingericht zijn, zodat de administratieve handelingen last beperkt blijven.’