Hoe test ik mijn e-health-toepassing in een organisatie?

Je hebt een e-health-toepassing ontwikkeld op het gebied van zorg, de technologie ervan is gebruiksklaar en ook de organisatie is startklaar gemaakt.

Nu beland je in de uitvoeringsfase en moet de toepassing worden getest in de praktijk. Hoe doe je dat? Implementatie-expert Wouter Wolters geeft je 5 tips voor het in de praktijk brengen en evalueren van jouw innovatie.

1.    Kies een testmethode

De meest bekende vorm om een e-health-toepassing te testen is de pilot, waarmee je in een beperkte en specifieke omgeving je toepassing uitprobeert. Daarnaast is er de BISS-methode (‘Because I Say So’) en het label. Wouter: “Welke methode het beste is voor jouw innovatie, hangt af van de aanleiding. Is de verandering heel groot, dan past de label-methode het best. De BISS-methode kun je inzetten als er geen tijd is om uitgebreid te testen.” Meer informatie over de drie testmethodes vind je in onze kennisbank onder het kopje ‘In de praktijk brengen’. 

2.    Informeer gebruikers van tevoren

Communiceer dat het gaat om een testfase en dat te overwinnen obstakels daarbij horen. Wouter: “Communicatie is in alle fases van implementatie belangrijk. Tijdens deze fase gaat het vooral om verwachtingsmanagement voor de cliënten, patiënten en medewerkers die vanaf nu met de innovatie te maken krijgen. Geef aan dat niet alles vlekkeloos zal gaan, maar dat ze je erg helpen met hun feedback.” 

3.    Evalueer goed én frequent

Evalueer niet alleen de e-health-toepassing zelf, maar ook het proces: werkprocessen, kwaliteit, klantbeleving en het persoonlijk functioneren. Maak gebruik van kwalitatieve én kwantitatieve evaluatie. Wouter: “Deze twee versterken elkaar. Met de kwantitatieve evaluatie meet je aantallen, maar zonder kwalitatieve slag eroverheen zeggen die aantallen vaak nog niet veel. En andersom: als iemand heel tevreden is over de innovatie maar er zijn geen cijfers die dit ondersteunen, dan is je evaluatie niet compleet. Met de combinatie evalueer je het gebruik in cijfers én leer je over de beleving van de toepassing.”

4.    Leer de e-health-toepassing goed kennen

Doorloop, voordat je in de praktijk aan de slag gaat, veelvoorkomende gebruikersscenario’s samen met medewerkers. Daardoor leer je de e-health-toepassing van binnen en buiten kennen. Wouter: “Bespreek deze scenario’s met de gebruikers. Medewerkers van een zorginstelling bijvoorbeeld hebben vaak een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Als zij er tijdens het helpen van een cliënt even niet uit komen met de e-health-toepassing, dan is dat vervelend voor de medewerkers en bovendien destructief voor de innovatie. Door van tevoren te bespreken wat er kan gebeuren en wat je dan kunt doen, gaat de medewerker met meer vertrouwen de pilot tegemoet.”

5.    Communiceer over de toegevoegde waarde

Blijf communiceren over de opbrengsten van de test: wat is de toegevoegde waarde van de e-health-toepassing voor cliënten en medewerkers? Wouter: “Dat is - als het goed is - een betere zorg en een betere uitvoerbaarheid van de zorg. Dat kan zich uiten op veel verschillende manieren. Wees ook duidelijk over wat de organisatie gaat doen als de beoogde waarde van de testfase behaald is: is het dan de bedoeling om de toepassing structureel in te gaan zetten? En op welke afdelingen gebeurt dat dan? Leg tot slot uit wat er gedaan gaat worden met de feedback van de gebruikers.” 

Over Wouter Wolters

Wouter is strateeg digitale zorginnovatie en mede-eigenaar van Buro Wisselstroom. Hij helpt zorgorganisaties bij de vorming van visie en strategie en ontwikkeling van kansrijke e-health-concepten. Ook helpt hij bij het veranderproces dat gepaard gaat met de implementatie van e-health in organisaties.