Digitale monitoring biedt potentieel voor valpreventie

Praktijkeigenaar Bas de Korte runt samen met een collega de 12 vestigingen van Fysiotherapie Rijnmond. Hij denkt al langere tijd na over manieren om chronische patiënten op afstand te monitoren. Dankzij een subsidie via de Implementatie- en opschalingscoaching Technologie voor Valpreventie kon hij deze ambitie verder uitwerken. In dit interview vertelt Bas over zijn ervaringen.
Fysiotherapeut van oorsprong en binnen de praktijk verantwoordelijk voor innovatie, houdt Bas zich wekelijks nog 1 dag met zijn oorspronkelijke vak bezig. ‘De rest is management,’ beschrijft hij. Het project ontstond uit een concrete vraag van de gemeente Albrandswaard. Met circa 24.000 inwoners is het een overzichtelijke regio waarin snel kan worden geschakeld.
Vraag van de gemeente
‘Via de gemeente kwam de vraag om valpreventie te organiseren binnen Albrandswaard,’ vertelt Bas. ‘In een relatief kleine regio kun je snel schakelen en samen optrekken.’ Tijdens de opzet van het programma ontdekte hij een subsidiemogelijkheid voor innovatie in de eerstelijnszorg. ‘Deze subsidie sloot mooi aan bij mijn wens om een koppeling maken tussen het motiveren van mensen om meer te bewegen en het inzicht geven in hun eigen ontwikkeling tijdens de cursus valpreventie.’ Die koppeling werd gemaakt met behulp van een wearable. Deelnemers kregen een stappenteller of smartwatch waarmee hun dagelijkse activiteit werd geregistreerd. Via een dashboard konden zorgverleners de voortgang in mobiliteit, spierkracht, balans en cardiovasculaire conditie op afstand volgen.
Daarnaast konden deelnemers met elkaar worden verbonden, bijvoorbeeld als loopmaatjes. ‘Als mensen kunnen zien hoeveel stappen een ander heeft gezet, ontstaat er vanzelf een bepaalde dynamiek,’ zegt Bas . ‘Mensen zijn over het algemeen competitief. Of je nu jong bent of oud, dat zit in ons.’
Een langgekoesterde ambitie
Voor Bas was het project geen losstaand experiment. Al in 2009 hield hij zich bezig met de vraag hoe chronische patiënten op afstand gemonitord kunnen worden. Tijdens de coronapandemie groeide die behoefte. ‘We zagen minder patiënten fysiek, terwijl bijvoorbeeld mensen met COPD juist meer moesten bewegen. Toen groeide de wens om hen ook op afstand te kunnen volgen.’ Eerdere pogingen liepen echter vast op technische beperkingen. “Het strandde telkens op de integratie van software,’ licht Bas toe. ‘Systemen spraken niet met elkaar. Dat is ook in dit project een heikel punt geweest.’
Daarom werd gekozen voor een relatief toegankelijke oplossing met koppelingen via Fitbit en Google, aangevuld met middleware om de data in een dashboard zichtbaar te maken. Professionelere platforms bieden vaak uitgebreidere mogelijkheden, maar zijn aanzienlijk duurder en worden niet standaard vergoed. ‘Als er structureel financiering voor zou zijn, kun je dit veel beter organiseren. Nu moet het binnen de bestaande behandelprijs passen.’
Meer dan stappen tellen
In de pilot werd bewust gestart met een basistoepassing: het registreren van stappen. ‘Dat is een functie die op vrijwel iedere wearable zit en voor iedereen begrijpelijk is,’ zegt Bas.
Tegelijkertijd ziet hij bredere mogelijkheden. Wearables kunnen tegenwoordig ook hartslag, slaap en soms hartritme registreren. ‘Ik zag laatst in het nieuws dat een ECG-uitlezing via een wearable in sommige situaties zelfs betrouwbaarder kan zijn dan een momentopname in de spreekkamer.’ Toch ligt voor Bas de nadruk niet primair op technologie, maar op gedragsverandering. ‘Uiteindelijk wil je dat patiënten zelf de regie moeten nemen over hun gezondheid. Als iemand zelf kan zien wat hij doet, wordt hij zich daar ook bewuster van. Geef mensen tools, geef ze inzicht, en combineer dat met onderlinge stimulans. Dan heb je twee keer winst.’
Digitale vaardigheden als struikelblok
In de praktijk bleek de toepassing lastiger dan gedacht. Niet alle deelnemers van 65 jaar en ouder beschikken over voldoende digitale vaardigheden om de technologie goed te gebruiken. ‘Het gebrek aan digitale vaardigheden bleek vaak een struikelblok,’ zegt Bas. ‘De digitale component is soms simpelweg te ingewikkeld voor de doelgroep.’ Ook binnen het team van 37 fysiotherapeuten in zijn praktijk was er aanvankelijk terughoudendheid. ‘Ook bij ons heerst een zekere drempelvrees om digitalisering toe te laten,’ erkent hij. ‘Dat heeft te maken met gewoonte, maar ook met tijdsdruk en onbekendheid.’
Op dit moment wordt de valpreventiecursus nog steeds aangeboden, maar de wearablecomponent wordt nog niet structureel ingezet. ‘In principe ligt alles klaar,’ zegt Bas. De apparatuur is er en het plan ligt er. Nu moet het nog echt onderdeel worden van de dagelijkse routine.’
Als je blijft doen wat je deed, dan houd je wat je hebt. En dat moeten
we vooral niet willen.
De rol van de coach
Ondanks dat de toepassing momenteel minder wordt gebruikt, is Bas blij met de bijdrage van de coach aan het project. ‘De eerste concrete vraag aan de coach was, hoe kan ik de doelgroep voor valpreventie digitaal gaan volgen via het gebruik van een stappenteller? De coach heeft geholpen door een raamwerk op te zetten; hij heeft mijn wilde ideeën gekanaliseerd en ervoor gezorgd dat het een project ook echt richting een product kon bewegen.’
Op dit moment ligt de ontwikkeling tijdelijk stil. De valpreventiecursus geven we nog steeds, maar de wearablecomponent wordt op dit moment niet ingezet.’ De hoop is gevestigd op verdere integratie. Binnenkort introduceert de praktijk een eigen app voor afspraken, herinneringen en beeldbellen. De bedoeling is die app door te ontwikkelen zodat wearable-data rechtstreeks in het elektronisch patiëntendossier terechtkomen. ‘Als dat lukt, hoef je eigenlijk niets extra’s te doen,’ legt Bas uit. ‘De patiënt gebruikt die app toch al. Het enige wat nodig is, is toestemming om de data te delen.’
Bas ziet hybride zorg als een onvermijdelijke ontwikkeling. ‘Met minder zorgprofessionals moeten we meer werk verrichten. Dan moet je deels in de praktijk behandelen en deels op afstand volgen.’ Hij zou graag digitale zorgpaden vanuit de tweede lijn doortrekken naar de eerste lijn. ‘In ziekenhuizen monitoren ze al bloeddruk en hartslag op afstand. Als wij daar in de eerstelijnszorg op kunnen aansluiten, kun je echt verschil maken.’
Financiering en systeemverandering
Een structureel knelpunt blijft de financiering. Voor de inzet van wearables of digitale monitoring ontvangen fysiotherapeuten geen aparte vergoeding. ‘Het moet allemaal in de behandelprijs zitten. Dat is de realiteit,’ stelt Bas. ‘Zonder subsidie wordt het al snel liefdewerk, oud papier.’ Toch blijft zijn toekomstbeeld helder. Bas hoopt dat zorgverzekeraars op termijn erkennen dat hybride zorg kan leiden tot minder zorgconsumptie en meer zelfredzaamheid bij patiënten. ‘Mijn ultieme wens is dat zorgverzekeraars gaan inzien dat deze inzet loont. Dat innovatiegelden regionaal worden ingezet en niet alleen op praktijkniveau.’
Bas is zelf betrokken bij regionale samenwerkingsverbanden en ziet daar kansen. ‘Als je met een regionaal plan naar een zorgverzekeraar stapt, wordt er serieuzer gekeken dan wanneer je als individuele praktijk aanklopt.’
Fysiotherapie verandert
Ondanks de obstakels overheerst bij Bas geen teleurstelling. ‘Ik ben er trots op dat er binnen onze organisatie aandacht is voor deze ontwikkelingen,’ verklaart hij. Tegelijk vindt hij het belangrijk de rol van de praktijk helder te houden. ‘Wij zijn zorgverleners. Het is niet de bedoeling dat we mensen afhankelijk maken van zorg. We maken het gezondheidsprobleem inzichtelijk en bieden tools, maar uiteindelijk moet de patiënt het zelf doen.’ Voor Bas is innovatie bovendien geen doel op zich, maar een middel om de fysiotherapie toekomstbestendig te maken. ‘Als je alleen maar patiënten ziet en meegaat in de waan van de dag, sta je onvoldoende stil bij de rol die je in de toekomst moet spelen.’
De Korte is 58 jaar en verwacht over enkele jaren zijn praktijk over te dragen. Toch voelt hij de verantwoordelijkheid om nu al beweging in gang te zetten. ‘Je moet eigenlijk over je graf heen regeren,’ zegt hij. ‘Voordat de transitie volledig is gerealiseerd, ben ik waarschijnlijk al met pensioen. Maar het vak fysiotherapie verdient deze ontwikkeling.’ Verandering is volgens hem onvermijdelijk. ‘Vasthouden aan oude werkwijzen voelt veilig, maar is niet altijd de beste weg. De zorg verandert toch wel; dan kun je beter zelf sturen dan afwachten.’
Tips voor innovatoren
Voor collega’s die met innovatie aan de slag willen, heeft Bas een paar duidelijke adviezen. ‘Streef je dromen na. Als je de kans krijgt om met subsidie te onderzoeken hoe je de zorg kunt verbeteren, pak dan de rol van kartrekker! Innovatie heeft mensen nodig die blijven duwen, ook als het even tegenzit. En richt je op de lange termijn: denk niet alleen aan je agenda van morgen, maar ook aan de positie van je vak over tien jaar.’ Ook ziet Bas meer slagkracht in regionale samenwerking. ‘Als je vanuit een regionaal verband optrekt, sta je sterker richting financiers en beleidsmakers.’ Zijn belangrijkste boodschap: blijf volhouden. ’Die transitie in de zorg is onvermijdelijk. Dan kun je er maar beter zelf richting aan geven.’