In de gemeente Montferland hebben zorgprofessionals en de gemeente samen onderzocht hoe digitale ondersteuning kan bijdragen aan valpreventie bij ouderen. Met de Implementatie- en opschalingscoaching Technologie voor Valpreventie, is in een pilot beoordeeld hoe een digitale tool in de praktijk werkt. Daarbij stond centraal wat zowel inwoners als professionals nodig hebben om er een succes van te maken. De projectleider, een praktijkeigenaar en een beleidsmedewerker van de gemeente, delen hun ervaringen.    

Ongeveer een kwart van de inwoners van de gemeente Montferland is 65 jaar of ouder. Het aantal zorgprofessionals in de gemeente kan de sterke groei van vergrijzing niet bijhouden. Daarom worden mantelzorgers steeds meer betrokken op het gebied van preventie. Maar zij ervaren de zorg voor hun naaste als een te zware belasting. De gemeente wil deze mantelzorgers ondersteuning bieden via de digitale valpreventie-tool DigiPrehab. Deze tool richt zich op het verbeteren van de gezondheid en het langer in beweging blijven van ouderen.    

Aanpakbegeleidingsethiek

Een externe coach begeleidden de pilot bij de implementatie van de digitale tool en bij het maken van afgewogen keuzes. Daarbij zette de coach een participatieve methode in: de aanpakbegeleidingsethiek (ABE). In deze aanpak werden niet alleen professionals, beleidsmedewerkers en de leverancier, maar ook mantelzorgers en inwoners betrokken bij gesprekken over de inzet van technologie. De positieve en negatieve effecten van DigiPrehab en de achterliggende waarden werden geïdentificeerd. Die waarden vormen de basis tot handelingsopties voor de technologie. Het proces maakte inzichtelijk hoe er op ethische vraagstukken ingespeeld moet worden, zodat de implementatie door alle belanghebbenden succesvol wordt omarmd.    

Joke Koers is expert in ouderenzorg en projectleider valpreventie bij de gemeente Montferland, licht toe: ‘We hebben eerst opgehaald wat mensen belangrijk vinden. In het begin waren er zorgen, bijvoorbeeld dat technologie extra tijd zou kosten. Maar na gesprekken zagen mensen ook de voordelen, zoals meer inzicht in hun eigen gezondheid.’   

Volgens Ivo Nijenhuis, beleidsmedewerker sport en gezonde leefstijl bij de gemeente Montferland, zorgde de aanpak van de coach voor de vereiste richting. ‘De subsidie was een interessante kans te bekijken wat DigiPrehab aan de diverse groep van 65-plussers kon bieden. De gemeente heeft hierin vooral een aanjagende rol gespeeld.’    

Inwoners testen de tool 12 weken

Joke gaf leiding aan een pilot van 12 weken, die zich richtte zich op een kleine groep inwoners van 65 jaar en ouder. Via DigiPrehab werden ouderen gescreend op valrisico en konden ze thuis oefeningen doen. ‘We wilden vooral onderzoeken wat technologie kan toevoegen aan de bestaande aanpak,’ vertelt Joke. ‘Mensen kregen een vragenlijst en deden oefeningen. Op basis daarvan ontvingen ze een persoonlijk trainingsprogramma om balans, kracht en mobiliteit te verbeteren, dat elke vier weken werd aangepast.’ Uiteindelijk namen tien inwoners deel aan de pilot, waardoor er ruimte was om te leren en ervaringen op te doen.    

Samen beslissen vergroot motivatie

Tijdens de pilot werd duidelijk dat technologie alleen effectief is wanneer mensen zich eigenaar voelen van hun eigen traject. Praktijkeigenaar en oefentherapeut Loes Heuves merkte dat deelnemers aanvankelijk vooral deden wat de professional adviseerde, zonder zelf actief betrokken te zijn bij de keuzes. Daarom werd het principe van ‘Samen beslissen’ toegepast. In plaats van een standaardprogramma, kregen deelnemers meer inspraak in het aantal oefeningen en het tempo waarin zij wilden trainen. ‘Als iemand aangeeft te willen beginnen met twee of drie oefeningen per dag, dan starten we daarmee,’ legt Loes uit. ‘Dat maakt het haalbaar en vergroot de motivatie.’ Ook bleek een goede voorbereiding een belangrijke factor. Sommige bewegingen kunnen spannend zijn voor ouderen, zoals oefeningen dichtbij de grond. Door dit vooraf te bespreken en samen te oefenen, werd de drempel lager. Zo blijkt de inzet van technologie vooral goed te werken wanneer het mensen stimuleert om zelf actief te blijven en inzicht te krijgen in hun gedrag. ‘We zijn eigenlijk een menukaart gaan ontwikkelen van wat we mensen kunnen bieden,’ vult Loes aan. ‘Digitale zaken zoals DigiPrehab, en de Physitrack-app, maar ze ook wat meer bij de hand nemen en in de praktijk te oefenen.’    

Technologie is een waardevolle aanvulling

De pilot heeft duidelijk gemaakt dat digitale tools een waardevolle aanvulling kunnen zijn op bestaande zorg, maar deze niet vervangen. De oefeningen in het programma waren bewust eenvoudig en gericht op dagelijkse handelingen, zoals opstaan uit een stoel of door de knieĂ«n gaan bij het aanrecht. Om daarmee kracht, balans en uithoudingsvermogen te verbeteren. ‘Het zijn geen spectaculaire oefeningen,’ legt Loes uit. ‘Maar gericht op kracht, stabiliteit en op een stukje uithoudingsvermogen. De basiselementen om mensen minder valgevaarlijk te maken. Juist doordat ze eenvoudig zijn, kunnen mensen ze makkelijk in hun dagelijks leven toepassen.’ Tegelijkertijd bleek dat persoonlijke begeleiding onmisbaar blijft. Deelnemers gaven aan dat ze behoefte hebben aan een aanspreekpunt dat hen kan adviseren en geruststellen. ‘Mensen willen weten of ze het goed doen,’ bevestigt Joke. ‘Die menselijke verbinding blijft belangrijk, ook als je technologie gebruikt.’    

Inbedding en financiering

Zoals veel innovatieprojecten kende ook deze pilot zijn uitdagingen. Tijdgebrek bij zorgprofessionals speelde een belangrijke rol. Vooral wijkverpleegkundigen hebben vaak een volle agenda, waardoor preventieactiviteiten onder druk komen te staan. Daarnaast bleek het lastig om nieuwe werkwijzen structureel in te bedden in de organisatie. Een pilot kan succesvol zijn, maar de stap naar langdurige implementatie vereist structurele financiering en duidelijke afspraken. Ivo zegt daarover: ‘We hebben gezien dat het werkt, maar structurele inzet vraagt om middelen en samenwerking tussen verschillende partijen. En dat is niet altijd eenvoudig. Het moet namelijk gezamenlijk gedragen en gefinancierd worden door de gemeente en zorgverzekeraars. Daarbij kan er ook nog gekeken worden wat inwoners zelf kunnen bijdragen.’  De samenwerking tussen partijen uit het (eerstelijns) zorgdomein en het sociaal domein wordt versterkt. Zorgverzekeraars, gemeenten en aanbieders van zorg en ondersteuning spreken concrete basisfunctionaliteiten af, onder andere over vitaal ouder worden.

Ondanks de uitdagingen kijken de betrokkenen positief terug op het project. Vooral de samenwerking tussen verschillende disciplines werd als waardevol ervaren. Het project bracht professionals uit zorg en gemeente samen en leidde tot nieuwe inzichten en initiatieven. Zo werd een stroomschema ontwikkeld waarin zowel digitale tools als persoonlijke begeleiding een plek hebben. Joke: ‘We hebben een basis gelegd voor een aanpak waarin alles samenkomt: van screening tot begeleiding en van technologie tot samenwerking in de wijk.’    

De toekomst van digitale tools

Joke, Loes en Ivo zien volop kansen om de aanpak verder te ontwikkelen. De gemeente Montferland werkt bijvoorbeeld aan programma’s gericht op krachtig ouder worden. Digitale valpreventie kan daarvan een onderdeel zijn. Stap voor stap verder bouwen is dan belangrijk, zegt Ivo: ‘Eerst zorgen dat de basis goed staat, en daarna kijken hoe we innovaties verder kunnen uitbreiden.’ Onder de noemer Samen beslissen gaat de inzet van digitale tools zeker verder, passend bij het programma "Actief Ouder Worden" binnen de gemeente, volgens Loes: ‘Met mensen die zelf meer de regie hebben door ze in hun kracht te zetten. Daarvoor hebben we een gespreksmodel voor passende digitale zorg ontworpen. Er zijn diverse digitale tools beschikbaar, maar welke past bij juist die persoon?’    

Voor andere organisaties die vergelijkbare trajecten willen starten, hebben de betrokkenen een duidelijke boodschap. ‘Gewoon aan durven beginnen!’ adviseert Joke. ‘Begin klein, leer van je ervaringen en werk samen met mensen die enthousiast zijn.’ Loes sluit zich daarbij aan: ‘Zie technologie als een aanvulling op wat je al doet. Je komt ongetwijfeld hobbels tegen, maar vaak ontstaan daar ook weer nieuwe inzichten en kansen uit.’Â