VR-bril bij valpreventie stimuleert patiënten beter te bewegen

Het beperken van valrisico is voor fysiotherapeut en praktijkhouder Mark van den Bos dagelijkse kost. In zijn praktijk REHABfysio zet hij daartoe ‘mixed reality’ in, mede mogelijk gemaakt door de regeling Implementatie en Opschalingscoaching technologie voor valpreventie. Na die subsidie is de valpreventietraining die Mark inzet, er voor patiënten een stuk leuker op geworden. En de techniek blijkt ook bruikbaar bij andere klachten.
‘In onze praktijk beseffen we dat valrisico een actueel probleem is,’ begint Mark zijn relaas. ‘Daarom dachten we dat een VR-bril een moderne, leuke en nuttige tool kon zijn om dat risico voor oudere patiënten te verminderen. Daarvoor hebben we naar een oplossing gezocht, die gevonden en geïmplementeerd.’
De rol van de coach
Bij dat traject heeft de coach een essentiële rol gespeeld, volgens Mark. ‘Onze vraag was, welke hardware en vooral welke software we konden gebruiken. Wat betreft de hardware waren we er snel uit: we hebben gekozen voor eigenlijk de enige betaalbare optie. Uiteindelijk begeleidde de coach ons vooral in de zoektocht naar de juiste software. Hij is goed bekend met het werkveld, weet hoe onze praktijk eruitziet en had ook kennis over de apparatuur. Hij heeft voor ons contact gelegd met bedrijven om demo's en dergelijke te regelen. We zijn daarna gaan verkennen welke games er beschikbaar waren die we binnen onze opzet konden gebruiken. Als eerste bekeken we soort mini-golfspel. Dat bleek al snel te lastig, te gevaarlijk. Omdat je volledig opgeslokt wordt in de virtuele wereld en je niet ziet wat er om je heen gebeurt. Dat is voor toch al kwetsbare ouderen geen handige oplossing. Een andere leverancier die we benaderden, bood een spel aan waarbij de gebruiker in steeds dezelfde positie stil zit. Dat is natuurlijk minder valgevaarlijk, maar niet nuttig genoeg als het gaat om trainen van balans.’
Mixed reality
Uiteindelijk kwam Mark met de coach uit op de techniek van ‘mixed reality’. Bij virtual reality zit de gebruiker in een volledig virtuele wereld. Niets van wat hij ziet is echt. Mixed reality presenteert een extra laagje over de echte wereld. De gebruiker ziet de normale wereld met virtuele objecten die daarin geprojecteerd worden. ‘Dat was precies wat we nodig hadden, want dat voelt heel veilig voor mensen,’ vertelt Mark. ‘Ze zien gewoon de kamer, maar worden via de geprojecteerde obstakels uitgedaagd door het spel, dat is veel motiverender. Dat horen we terug van de gebruikers in onze praktijk. Ze vinden het erg leuk dat het beschikbaar is. En door de uitdagende spelelementen worden ze geprikkeld om het langer vol te houden. Daar zit vooral de winst! In onze oefenzaal vinden andere patiënten de VR-bril ook interessant. En vragen regelmatig of ze het ook een keer mogen proberen. Ik vind het waardevol dat het zo leeft, en om ook andere mensen er mee kennis te laten maken.’
Praktische probleempjes
De door Mark ingezette technologie moest een paar aanpassingen ondergaan om door patiënten in plaats van gamers gebruikt te kunnen worden. Zoals bij het masker, dat normaal maar door 1 persoon wordt gebruikt. Mark: ‘Zo'n masker gebruik je natuurlijk met veel patiënten, dus dat moet hygiënisch kunnen. Het standaard masker van textiel was niet goed genoeg schoon te maken. Dat hebben we vervangen door een synthetisch, goed te reinigen masker. En de originele hoofdband waarmee je de bril bevestigt, is van elastiek. Die hebben we vervangen door een die verstelbaar is in grootte, vooral handig voor brildragende patiënten.
De standaardbril had overigens de functie om in slaapstand te gaan als je hem afzet. Binnen onze praktijk stel ik meestal het programma in en geef de bril dan over aan de patiënt. Die sprong dan dus op slaapstand. Uiteindelijk hebben we een low-budget oplossing voor dat high-tech probleem gevonden; een stukje tape op de sensor plakken. Dat werkt perfect!’
Zorg voor een doorlopende evaluatie. Zodat je weet waarom je het doet en je collega’s de innovatie blijven toepassen.
Financiering
De inzet van de VR-bril brengt kosten met zich mee. Die zitten vooral in de licentie voor het gebruik van de software. ‘De hardware is een eenmalige kostenpost,’ zegt Mark daarover. ‘Daar zit niet het probleem. Maar we zijn wel op zoek naar manieren om hiervoor een goed verdienmodel te ontwikkelen. Wij kunnen geen hoger tarief berekenen voor deze behandeling, want die tarieven liggen vast. Het komt echt neer op een extra investering vanuit ons. We kunnen twee mensen tegelijk laten oefenen met twee brillen, om wat tijd te winnen. Maar in de praktijk zien we eigenlijk dat het voor nu vooral een investering is die we gewoon moeten doen om de behandeling voor zowel therapeut als de patiënt leuker te maken. Daar zit niet zozeer een diepere gedachte achter.’
Verankeren
Ondanks dat de inzet van de bril als positief wordt ervaren, blijft Mark het gebruik ervan binnen zijn praktijk promoten. ‘Als de leverancier een nieuwe game heeft ontwikkeld bijvoorbeeld. Dan pak ik een actieve rol om die aan collega's te laten zien. De mixed reality-training is inmiddels een redelijk vast onderdeel van de huidige behandelmethode van de praktijk. Maar de inzet van de bril is nog geen automatisme. Er zijn collega’s die makkelijk teruggrijpen naar klassieke therapieën, omdat die misschien wat meer vertrouwd zijn. De bril gebruiken we nog geen jaar. Het is allemaal nog wat nieuw en nog geen routine geworden.
Daarom bespreek ik ieder kwartaal het gebruik van de bril. Het is de truc is om daarin actief te blijven. Want als je het op een gegeven moment in de kast legt, is het risico dat het er niet meer uitkomt, en dat is gewoon zonde.’
Meerdere toepassingen
De door Mark gekozen game was oorspronkelijk bedoeld voor inzet bij revalidatie, maar bleek prima toepasbaar in de eerste lijn. ‘We hebben de licenties, onze medewerkers kunnen het zelfstandig opstarten. En het is ook snel in gebruik te nemen.’
Dat bevalt zo goed dat Mark een bredere toepassing van deze techniek beoogt. ‘Onze leverancier heeft een nieuwe game ontwikkeld, gericht op mensen met kruisbandletsel, voor revalidatie na een operatie. Dat is een heel andere doelgroep: vaak jonge en sportieve mensen. Maar die, net als ouderen, een langdurig revalidatietraject tegemoetzien. Daar kan het ook erg helpen om de oefeningen in de eerste fase een stuk aangenamer te maken. Daarnaast is het in te zetten bij mensen met nekklachten. Dan worden objecten hoog in de ruimte geprojecteerd, zodat ze hun nek moeten draaien om ernaar te kunnen kijken.’
Mark werkt nog redelijk nauw samen met de leverancier van de mixed reality training. Die werkt nu aan een programma voor schouderrevalidatie. ‘Daarmee hopen we volgend jaar aan de slag te gaan, dat is mijn volgende wens!’
Tips voor andere innovatoren
Voor Mark pakte de inzet van een coach voor zijn praktijk heel gunstig uit. Welke tips kan hij geven aan anderen die aan een vergelijkbaar innovatietraject willen beginnen? ‘Zoek een coach die kennis heeft van jouw werkveld én de technologie. Die de kar een beetje voor je kan trekken, die je kan begeleiden, zodat je niet zelf het wiel opnieuw hoeft uit te vinden.
En daarnaast: documenteer je zaken goed. Dat is belangrijk als je verantwoording moet afleggen voor je implementatieproject. En zorg voor een doorlopende evaluatie. Zodat je weet waarom je het doet en je collega’s de innovatie blijven toepassen.’