Tijd en kennis ontbreken vaak als het gaat om het implementeren van een innovatie in de zorg. Dat is de ervaring van Niels Vennik, praktijkeigenaar van Havenfysio in Den Haag. Hij maakte gebruik van de subsidieregeling Implementatie- en opschalingscoaching Technologie voor Valpreventie. Een coach had wel ruim de tijd zijn kennis in te zetten. Daardoor beschikt de praktijk nu over een waardevolle tool die valrisico in beeld brengt.

Binnen de praktijk van Niels bestond de behoefte om het valrisico van oudere patiënten nauwkeuriger te registreren. Om zo behandelingen gerichter in te zetten en gedetailleerdere dossiers te kunnen opbouwen. Maar Niels liep tegen een paar beperkende factoren op. ‘Voor kleinere praktijken, zoals die van ons met 9 fysiotherapeuten, zijn dit soort projecten heel waardevol,’ begint hij zijn verhaal. ‘Maar vaak ontbreekt het aan personeel dat bepaalde processen kan sturen of implementeren. Het is enorm leuk om met innovatie bezig te zijn, zeker als collega's daar enthousiast van worden. Maar dan moet je wel een coach hebben of iemand die het proces begeleid. Anders komt het er gewoon niet van.’

Externe stimulans

‘In de gezondheidszorg moet je veel werk doen met net te weinig mensen,’ stelt Niels. ‘Als het druk is of er iemand ziek is, heb je snel de neiging om niet-essentiële dingen te schrappen of uit te stellen. En het doorvoeren van innovaties is daarvan dan snel het slachtoffer. Voor ons was de sturing door de coach essentieel; het was makkelijker om ons aan de plannen te houden doordat er een extern iemand bij betrokken was. Een stok achter de deur wil ik het niet noemen, maar het werkte wel als stimulans. Het was iemand met ervaring, die wist wat bij dit soort projecten handig is om te doen. Hij gaf ons opties om over na te denken en was een goede sparringpartner. In het geval van dit project rond valpreventie scheelt de innovatie ons uiteindelijk ook tijd. Achteraf zijn we erg blij dat we het gedaan hebben.’

Videoanalyse

De innovatie in de praktijk van Niels draait om een programma dat specifieke bewegingen tijdens het lopen analyseert. Het bepaalt de hoek dat een gewricht maakt en of die groot genoeg is, of dat daar sprake van een beperking is. Ook stapgroottes worden vastgelegd. Met alle observaties kan het totale beweegpatroon worden geanalyseerd. ‘Het is voor ons een erg handig middel om dat inzichtelijk te maken. Ook doordat patiënten het fijn vinden. Ze kunnen zien wanneer ze een hupje maken tijdens het lopen of juist hele kleine passen zetten. Op die manier is het veel makkelijker om hen te overtuigen dat ze iets aan hun houding of beweging kunnen veranderen om het risico op vallen te verkleinen. Daardoor kunnen we concreet op specifieke aspecten trainen en na een volgende videoanalyse bekijken of het beter gaat.’

Verbeterde dossiers

Voor de collega’s van Niels heeft de videoanalyse ook een administratief voordeel. ‘We hebben nu een concretere dossiervoering. Daarin zijn het probleem en de trainingsdoelen duidelijker omschreven dan in ons eerdere systeem. Dat kende alleen een brede omschrijving van het valrisico of balansproblemen. Nu biedt een dossier concrete handvaten, waarmee je direct aan de slag kunt. Dat is vooral waardevol als een patiënt eens bij een andere behandelaar komt. ‘Die collega zal misschien andere oefeningen inzetten,’ licht Niels toe, ‘maar wel gericht op wat we bij iemand willen verbeteren, aan de hand van het doel dat in het dossier staat.’ 

‘Een coach inschakelen maakt het allemaal veel concreter’

Gratis software

Voor het opzetten van de videoanalyse heeft de praktijk van Niels wat apparatuur moeten aankopen, maar het gebruik van de benodigde software brengt geen kosten met zich mee. Niels: ‘Er is een aantal programma's dat je gratis kunt gebruiken. Sommigen vragen direct om een abonnement af te nemen, maar bij andere kun je de light-versie gratis gebruiken. We hebben ervoor gekozen om alleen gratis versies te gebruiken. Dat heeft wel beperkingen, maar voor ons gaat het puur om eenvoudige toepassingen, we gebruiken toch niet alle functionaliteiten.’

Uitdagingen

Binnen de praktijk van Niels houden 3 collega’s zich bezig met de valrisico analyse. Een van hen draait met die expertise mee tijdens de spreekuren van de huisarts. Om zover te komen, moest de coach zich wel richten op de weerstand tegen de nieuwe technologie binnen het team. ‘De een pakt dit soort dingen heel makkelijk op, een ander heeft in eerste instantie wat bedenkingen,’ weet Niels. ‘Als iets nieuw is, moet je even wennen. De coach heeft via een bijeenkomst geïnventariseerd bij wie er weerstand zat, en waarom. Met aandacht voor de argumenten tegen het inzetten van de innovatie. Daardoor konden we er iets mee doen. Uiteindelijk gebruikt niet iedereen de analyse even vaak, maar iedereen ziet er nu wel de voordelen van. Het belangrijkste vind ik dat uiteindelijk iedereen enthousiast geworden  is over het protocol. En we zien dat we het ook breder kunnen inzetten voor kwetsbare ouderen of mensen met loopproblemen, niet alleen voor valpreventie.’

Advies voor innovatoren

Niels’ ervaring met een coach was zeer positief en hij raadt innovatoren dan ook aan er een in de arm te nemen. ‘Collega's hebben het druk en iemand moet er de schouders onder zetten. Als iemand van buitenaf dat begeleidt, geeft dat een soort externe druk. Je moet dingen regelen en dingen uitvoeren. Zonder die druk is er het risico dat de vaart eruit raakt en dat je het project niet meer op gang krijgt. We hebben in het verleden ook mooie ideeën gehad, maar daar bleef het dan bij. Een coach inschakelen maakt het allemaal veel concreter. Die kan je helpen een duidelijk doel te formuleren: wat wil je met je innovatie bereiken? En uiteindelijk dat doel ook te realiseren.’