Bij innoveren binnen de Nederlandse zorg is samenwerking een noodzaak. Voor het verkrijgen van veel subsidies van ZonMw is het zelfs een voorwaarde. Maar er zijn meer argumenten die het gezamenlijk aanpakken van zorgvernieuwing een slimme keuze maken. Zoals schaalvergroting die de kosten kan drukken of simpelweg samen optrekken om sterker te staan. In een reeks artikelen spreken we met innovatoren over verschillende aspecten van samenwerking. In dit derde deel vertelt onderzoeker en docent Ida Korfage over haar ervaringen.

Ida is als onderzoeker en hoofddocent verbonden aan het Erasmus MC, afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg. In haar rol van onderzoeker is ze vooral op projectbasis met innovaties bezig. En als zo’n project is afgelopen, wil ze vanzelfsprekend dat de innovatie blijft bestaan. ‘En dat kan alleen maar door een goede samenwerking,’ noemt Ida als voorwaarde. ‘Met partijen die dat product onder hun hoede nemen en het voorbestaan structureel ondersteunen.’

Verwachtingen uitspreken

Het aangaan van een samenwerking vormt een spanningsveld tussen afspraken maken en vrijheid nemen. ‘Ik werkte recent aan een internationaal project, waarin we veel samenwerkten met patiënten,’ vertelt Ida. ‘Dat willen we betekenisvol doen, het inhoudelijk goed aanpakken. Dat vereist eigenlijk ook dat je samen gaandeweg zoekt naar de beste aanpak. Daarvoor is vertrouwen nodig, want je weet nog niet precies hoeveel het gaat kosten, hoelang het gaat duren, wat precies de activiteiten worden. Daarin moet je vrijheid nemen om dat samen te ontdekken.

Maar tegelijk is het belangrijk om verwachtingen uit te spreken. Want bij projectfinanciering moet je van tevoren aangeven wat je gaat doen. En je kunt niet van iemand verwachten dat ze meedoen aan een project zonder enig idee wat van ze verwacht zal worden. En dat kan wel eens wringen. Verwachtingen kunnen verschillen, zeker internationaal. Dan heb je ook te maken met een andere taal en andere gewoontes om met zaken om te gaan. Dat moet je van elkaar leren; elkaar leren verstaan.’

Geslaagde samenwerking

Binnen een project van ZonMw voor de ontwikkeling van een online keuzehulp voor advance care planning was Ida projectleider.  Op die ervaring kijkt ze met tevredenheid terug, omdat daar de samenwerking zo goed verliep. Ida: ‘Het betrof online proactieve zorgplanning om mensen te helpen nadenken over wat ze belangrijk vinden en ze te helpen dat op schrift te stellen. Die tool is ingebed in Thuisarts.nl. Het project is al een aantal jaar afgelopen, maar die keuzehulp blijft veel gebruikt worden. Zowel zorgverleners als patiënten hebben er veel vertrouwen in. Al vroeg in dat project was Thuisarts.nl betrokken, wat voortdurend afstemming vereiste. Wij wilden er graag heel veel details in hebben, terwijl Thuisarts.nl een to-the-point format gebruikt met een vergelijkbare opzet per onderwerp. Wat stop je er wel in en wat niet? Daar hebben we samen een weg in gevonden die paste bij de technische ontwikkeling binnen Thuisarts.nl en bij hun programma’s. Dat is heel goed uitgepakt!’

‘Bij projectfinanciering moet je van tevoren aangeven wat je gaat doen. Want je kunt niet van iemand verwachten dat ze meedoen aan een project zonder enig idee wat van ze verwacht zal worden.’

Succesfactoren

Het slagen van de ontwikkeling van die keuzehulp steunt in Ida’s ervaring op een paar factoren. Thuisarts.nl was namelijk geen onbekende voor haar. ‘Ik had eerder al eens goed samengewerkt met iemand van Thuisarts.nl,’ licht Ida toe. ‘We hebben Thuisarts.nl al vanaf het begin betrokken bij de ontwikkeling van die tool; we willen iets wat voor iedereen geschikt is. Bij ons hield een goede junior onderzoeker zich ermee bezig, Doris van der Smissen. Die keuzehulp was een beetje haar wetenschappelijke kindje. Zowel vanuit Thuisarts.nl als van ons was er de toewijding om het steeds beter te maken. Iemand bedacht ook om er filmpjes in op te nemen. Die zijn er toen bijgekomen, na steeds bij elkaar komen en afstemmen. Dat deden we ook met een aantal patiënten en patiëntenverenigingen in de projectgroep. Om steeds zeker te zijn dat wat we bedachten aansloot bij wat mensen belangrijk vinden.

NASSS framework

Binnen een ander ZonMw-project waarbij Ida met Judith Rietjens projectleider was, werd een tool beschikbaar gemaakt die bijdraagt aan samenwerking. Dat NASSS framework, zoals ontwikkeld door Trish Greenhalgh van Oxford University, helpt om toepassingen rond e-health een langer leven te bezorgen. Ida: ‘We hebben een bestaand framework naar het Nederlands vertaald en er met een ontwerpbureau een digitale versie van gemaakt. Omdat er, vanuit allerlei goede bedoelingen veel toepassingen worden ontwikkeld die niet, maar heel kort of door heel weinig mensen worden gebruikt.’

Het NASSS framework zorgt ervoor dat toepassingen langdurig en op grotere schaal worden gebruikt. Zo bevat het adviezen rond het betrekken van stakeholders en beroepsgroepen, en voor interne samenwerking. Het stelt ontwikkelaars en eindgebruikers in staat om telkens samen vast te stellen hoe de ontwikkeling van een interventie ervoor staat en welke zaken er verbeterd kunnen worden. ‘Ik denk dat zo'n framework ook helpt om open te staan voor mensen die anders tegen jouw fantastische idee aankijken,’ merkt Ida op. ‘Daardoor kan het product echt beter worden, want we hebben allemaal blinde vlekken. Daarnaast bevat de NASSS toolkit veel links naar handige bronnen die bredere informatie bieden. Gelukkig is ook de toolkit geborgd door inbedding in het National eHealth Living Lab (NeLL). 

Lees verder