‘Het hele zorgsysteem heeft wat te leren’

Niet iemands ziekte maar hun welbevinden centraal stellen. Die benadering wint snel terrein binnen het Nederlandse zorgsysteem. Een verandering van focus is nodig in de langdurige zorg. Van het behandelen van ziekte naar hoe de kwaliteit van leven wordt ervaren en het voorkomen van ziekte. Dat vraagt een aantal broodnodige veranderingen in het hele systeem in de langdurige zorg. Twee medewerkers van zorgorganisatie Laurens, domein Thuiszorg, vertellen over hun ervaringen met innovatie en preventie binnen hun organisatie.

Beeld: ©Laurens

Judith Terwijn is beleidsmedewerker/projectleider; Onno Keinhorst werkt onder meer als innovatiecoach bij Laurens in Rotterdam. De organisatie biedt thuiszorg, revalidatie, verpleeghuiszorg en zorg in de laatste levensfase. Laurens wil graag meer cliënten kunnen helpen en zet daarom, waar mogelijk, steeds vaker arbeidsbesparende oplossingen in. “Zorgtechnologie en e-health zijn daarin belangrijke middelen”, vertelt Judith. “Dat betekent collega’s helpen daarin vaardig te worden, maar bijbehorende procesinnovaties zijn net zo belangrijk”. 

“We stellen de cliënt centraal bij het verbeteren en innoveren. We nemen (behoud van) zelfredzaamheid van en regie door de cliënt als uitgangspunt, zodat we de tijd van onze zorgprofessionals zo efficiënt mogelijk gebruiken. Zo zetten we bijvoorbeeld de zelfredzaamheidsradar in,” licht Judith toe. “Verbeteren en innoveren doen we altijd samen met onze zorgprofessionals; zij leveren vooraf en gedurende het traject input. Tegelijk trainen we als organisatie hun vaardigheden rond verbeteren en vernieuwen. Omdat dit eraan bijdraagt een wendbare en toekomstbestendige organisatie te zijn.” 

Valpreventie

In oktober 2021 nam Laurens deel aan de landelijke themaweek Valpreventie, een onderwerp dat veel aandacht krijgt binnen de organisatie. Zo vervangt Laurens de risicosignalering voor intramurale/kortdurende zorg door een ander soort vragenlijst. 

Judith: “In de nieuwe vragenlijst gaan we ervanuit dat de doelgroep binnen de intramurale locaties eigenlijk altijd een valrisico heeft. In de oude risicosignalering was dat nog een ja/nee vraag. Sinds 2021 zijn er wat zaken aangepast. Zo voeren we bij opname en na een val een multidisciplinaire analyse uit met als doel het vallen te voorkomen en/of te verminderen. Een fysiotherapeut heeft hierbij de coördinerende rol onder verantwoordelijkheid van de arts.”

Innovatiecultuur

Laurens is met 6.500 medewerkers een grote organisatie. Het is belangrijk en een uitdaging flexibel en toekomstbestendig te blijven, zonder de aansluiting met medewerkers en mensen met een zorgvraag te verliezen. “Zo trainen wij onze zorgprofessionals in de verbeterlabmethode van het Conforte Innovatielab. Deze methode laat onze medewerkers ervaren hoe het innovatieproces, van probleem naar oplossing komen, werkt. En om eigenaarschap in dit proces te voelen en te tonen,” zegt Onno daarover. “Implementeren van innovaties vraagt namelijk een specifieke aanpak, om ervoor te zorgen dat deze binnen de organisatie duurzaam geborgd worden en niet ‘in de kast’ blijven liggen.”

Nieuwe toepassingen

Laurens is volop bezig met het introduceren, testen en ontwikkelen van verbeteringen en vernieuwingen op het gebied van preventie en arbeidsbesparende technologie. Zo plaatste Laurens bij een aantal verpleeghuizen een sensorplaat onder het matras van bewoners. Deze plaat geeft aan wanneer iemand het bed verlaat. Daardoor weet de nachtdienst wie rustig in bed ligt en wie uit bed gaat en hulp nodig heeft. Er zijn daardoor minder controles nodig en er kunnen preventief wisselliggingen plaatsvinden ter voorkoming van doorliggen.
Daarnaast test Laurens in een aantal verpleeghuizen een Virtual Reality-bril voor zorgmedewerkers. Deze bril moet leiden tot een vermindering van stress en werkdruk en mede daardoor uitval van medewerkers voorkomen. 

Ook werkt Laurens in de thuiszorg mee aan de ontwikkeling van een communicatieplatform met informatie over hulpmiddelen, instanties en tips. Met een holistische benadering van de mens. Naast medische aspecten worden daarin ook het sociale domein, welzijn en beleving meegenomen. Met als doel de zelfredzaamheid van cliënten te verbeteren zodat mensen zo lang mogelijk zelfstandig en zorgonafhankelijk kunnen blijven. 

Een ander traject is dat rond de Advanced Care Planning, gesubsidieerd door ZonMw. Dit richt zich op verbetering van informatiestromen in de eerste en tweede lijn en, waar mogelijk, digitalisering van dit proces.

Verankeren in de organisatie

Hoe implementeert en borgt Laurens innovaties en interventies ter preventie binnen de organisatie? Onno zegt daarover: “Om innovaties succesvol te laten zijn, moet je klein beginnen. Met één team of één afdeling, met een paar cliënten of enkele zorgmedewerkers. Vraag wie er blij wordt van de verbetering of vernieuwing of nieuwsgierig is om eraan mee te werken. Daarna ga je daarmee langzaam aan de slag en ga je gezamenlijk leren. De partij die bijdraagt aan een interne procesverandering en/of een technische oplossing, is hierbij nauw betrokken. Het gesprek tussen deze verschillende partijen faciliteren, is belangrijk. Als dit allemaal lukt in deze kleine setting, kom je in beweging en breidt je de innovatie steeds verder uit.” 

“Het is van belang om in de organisatie een lerende cultuur te creëren,” voegt Judith toe. “Leren te leren, mislukken, ontwikkelen en onszelf te verbeteren. Werken vanuit het team, vanaf de zorgvloer. Waar mogelijk ‘laaghangend fruit’ eerst pakken en niet het wiel opnieuw uitvinden. Bij de implementatie van de elektronische toedienregistratie binnen de thuiszorg werken we samen met andere organisaties binnen de regio. Zoals zorgorganisatie Aafje en de Apothekersvereniging Rijnmond (CAVR); krachten bundelen vinden wij erg belangrijk.” 

Onverwachte obstakels

Een goed plan is belangrijk maar geen garantie voor succes. Onverwachte obstakels kunnen de implementatie bemoeilijken. “Daar moet je een beetje van houden,” zegt Judith. “Die zijn er continu bij innovatie. Belangrijk is vol te houden bij het doorvoeren van een innovatie en je niet te laten afschrikken als het tegenzit. En de vrijheid voelen af te wijken van je initiële plan. Soms blijken er zaken te zijn die in de pilotfase van een innovatie niet naar voren zijn gekomen. Dan moet je het plan of de werkwijze aanpassen en opnieuw onderzoeken, proberen wat wel werkt. Een organisatie moet geloven in de innovatie, erin investeren en de controle op de implementatie wat los durven laten. Dat is spannend, vooral in een tijd dat financiering bij zorgorganisaties onder druk staat.” Gelukkig ziet Onno die benodigde houding steeds meer ontstaan: “Opdrachtgevers hebben logischerwijs graag een helder beeld van implementatie, tijdspad en opbrengst van een innovatie. In de zorg is dat er niet altijd. Dan is het simpelweg beginnen en zien hoe het loopt. Binnen Laurens is de opdrachtgeverscultuur aan het veranderen: niet alleen naar de stip op de horizon vragen, maar soms alleen naar de volgende stap.” 

Financiering

De factor onzekerheid bij innovatietrajecten blijkt zorgverzekeraars soms terughoudend te maken. Vooraf is het moeilijk te bepalen of een innovatie rendabel is. Onno: “De huidige manier van denken past niet altijd bij de toekomstige manier van zorgverlenen. Soms worden hulpmiddelen alleen vergoed als iemand door het gebruik ervan uit zorg kan en niet als iemand in zorg is. Terwijl inzet van die hulpmiddelen wanneer iemand in zorg is, juist preventief werkt tegen uitval door ergonomische klachten van medewerkers. Zo werken we binnen Laurens aan de implementatie van de HelpSoq; een innovatie voor het aantrekken van steunkousen. Dit hulpmiddel wordt vooralsnog niet vergoed door zorgverzekeraars, terwijl de resultaten van de pilot positief zijn en het hulpmiddel preventief werkt. Zorgmedewerkers ervaren hun werk vaak als zwaar; voor sommigen reden de sector te verlaten. Het zou helpen als hulpmiddelen die het werk verlichten, op elk moment ingezet kunnen worden met bijbehorende vergoeding.”

“Verzekeraars moeten ook leren omgaan met meer onzekerheid en meer uitgaan van vertrouwen,” stelt Judith. “Investeren zonder dat duidelijk is hoe het precies zal verlopen. Dat is nieuw. Het hele zorgsysteem heeft denk ik wat te leren.” 

Onno: “Een aantal zorgverzekeraars vergoeden Mobile care (inzet van digitale hulpmiddelen) bij al hun verzekerden, waar die inzet volgens verpleegkundigen kan. Maar deze financiële flexibiliteit moet er ook op andere vlakken komen, zoals bij de inzet van niet-digitale hulpmiddelen; een aankleedstok of rugzalver. Daar is nog wat te winnen.”

Er is ook winst te behalen in de financiering vanuit de gemeenten gericht op de thuiszorg, vinden de Laurens collega’s: “Bepaalde producten worden via de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) vergoed als iemand financieel moeilijk zit,” legt Onno uit. “Maar deze werkwijze is te beperkt: een ander, duurder product dat veel beter is, wordt daarentegen soms weer niet vergoed. Kortom, er valt met elkaar nog voldoende te verbeteren.”