Zorginnovatoren gaven 15 jaar geleden aan dat ze bij elke innovatiefase met nieuwe instanties en regels te maken kregen. 5 overheidspartijen gaven gehoor door Zorg voor innoveren (Zvi) op te richten, regels en processen meer op elkaar af te stemmen én meer gezamenlijk op te treden. Chris Flim – betrokken vanaf het eerste uur (Specialistisch beleidsmedewerker Digitale, Hybride Zorgvernieuwing bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en huidig Zvi-werkgroeplid Lotte Sybesma (beleidsmedewerker zorgvernieuwing bij VWS) blikken in dit interview terug op 15 jaar Zvi en kijken vooral ook vooruit naar de toekomst. 

Innovatie in de zorg om in te spelen op uitdagingen en nieuwe (technologische) mogelijkheden te benutten was er altijd al, ook voor de oprichting van Zvi. Ook toen speelden vraagstukken over toegankelijkheid en de dreiging van personeelstekorten in de zorg al een rol, als gevolg van toenemende zorgvraag, nieuwe technologische mogelijkheden en de dubbele vergrijzing. ‘Maar innovatoren liepen tegen obstakels op,’ vertelt Chris. ‘”We moeten in elke nieuwe fase van een innovatie door andere hoepels springen”, was hun kritiek. Elke overheidsinstantie hanteerde - onbedoeld - deels andere voorwaarden en regeltjes, en daarin wilde Zvi meer samenhang aanbrengen en innovatoren de weg helpen wijzen.’ 

Alle overheidspartijen via één aanspreekpunt

Zorg voor innoveren bracht het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Zorginstituut Nederland, de Nederlandse Zorgautoriteit, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en ZonMw samen. ‘Als één centraal aanspreekpunt vanuit de overheid voor partijen die bezig zijn met innovatie in de zorg,’ legt Lotte uit. ‘Eén punt waar je, in één keer alle 5 overheidsinstellingen bereikt die je kunnen helpen om jouw innovatie in de zorg verder te brengen. En daar begon gelijk een zoektocht. Want als je zo'n punt opzet, betekent dat niet gelijk dat je de doelgroep ook goed weet te vinden. Of dat je de juiste informatie aanbiedt, op de juiste manier, de juiste plek en op het juiste moment.’

Die zoektocht heeft al veel opgeleverd, maar is in principe een doorlopende missie. Want naast Zvi hebben de partners ook hun eigen kanalen waarmee ze met innovatoren communiceren. “Wanneer probeer je doelgroepen te bereiken via je eigen kanalen en wanneer doe je het gezamenlijk via Zvi?” was en is volgens Chris nog steeds een afweging. De centrale vraag is volgens hem waar zorginnovatoren de informatie vinden die ze nodig hebben. ‘Het gaat er niet om hoe we innovatoren naar Zvi toe krijgen, maar hoe we aansluiten bij hun behoeften en de manier waarop zij zoeken naar informatie en ondersteuning. Hoe krijgen we Zvi op de plekken waar innovatoren zoeken? Ik geloof dat de potentie van Zvi op dat vlak nog veel groter is dan het huidige bereik.’ 

Behoefte van innovatoren is spiegel voor overheid

‘Ik ben overal al geweest, maar word van het kastje naar de muur gestuurd, help me alsjeblieft!’ Dat hoort Lotte regelmatig van innovatoren. Zvi is in het leven geroepen om die situatie te verbeteren. De functie van centraal loket die Zorg voor innoveren vervult, werkt goed; dat blijkt ook uit recent onderzoek. Maar dat deze wegwijzer nodig is, en dat partijen pas laat in hun zoekproces bij Zvi aankloppen, is wel een teken aan de wand, merkt Chris op. ‘Er zijn meerdere loketjes van, of gefinancierd door de diverse overheidspartijen en door de overheid gesubsidieerde initiatieven en programma’s. De noodzaak om Zvi op te zetten, om zorginnovatoren makkelijker hun weg te laten vinden binnen de kaders vanuit de overheid, vormt daarmee een spiegel voor diezelfde overheid. Die versnippering, die verschillende kanalen, creëert de overheid ook zelf. Zvi is nuttig, maar nog lang niet klaar. Er verandert veel in de wereld, in de technologie en binnen wetgeving. Daarom zal Zvi zich steeds blijven ontwikkelen.’ 

Zorg voor innoveren is altijd maatwerk

“Jij stippelt de route uit, wij wijzen de weg” is de slogan van Zvi. Maar de wegwijzer die Zvi vormt, leidt niet volgens een vast recept naar een eindpunt. ‘Dé route bestaat niet,’ benadrukt Chris. ‘Maar wel jóuw route: een advies op maat voor een zorgvernieuwing van één bepaalde innovator. Die vervolgens zelf met alle belanghebbenden (zoals zorgaanbieders) een weg naar implementatie en opschaling moet vinden. Bovendien leiden er altijd meerdere wegen naar Rome.’ Die individuele benadering komt ook aan bod binnen het adviesloket, waar veel vragen gesteld worden en dat steeds beter bezocht wordt. En met ingewikkeldere kwesties kunnen innovatoren tijdens consulten bij Zvi terecht. Weet de ene partij een vraag niet te beantwoorden, dan wordt de gezamenlijke denkkracht en expertise van alle partners ingeschakeld. Net zo lang tot er een afdoende antwoord voor de innovator is gevonden. 

Beantwoorde vragen zijn ook impact

De impact die Zorg voor innoveren heeft, is merkbaar, maar misschien moeilijk meetbaar. Chris: ‘Steeds meer innovatoren weten Zvi te vinden, maar de naamsbekendheid kan veel groter, al is bereik geen doel op zich. Belangrijker is de vraag of ze tevreden zijn met de informatie en de hulp die ze krijgen? De concrete impact zit uiteindelijk in het feit of ze verder komen en met hun innovatieve concepten echt waarde kunnen toevoegen in de zorg. Zvi kan de weg wijzen en proberen deuren voor je te openen. Maar het komt ook voor dat innovatoren, na onze adviezen en tips, stoppen omdat ze zich realiseren dat hun idee niet haalbaar is of geen meerwaarde zal hebben. Of dat er al vergelijkbare initiatieven bestaan en ze beter een andere weg kunnen kiezen. Dat klinkt misschien niet zo positief, maar is wel erg nuttig om versnippering te voorkomen.’ 

‘Zorg voor innoveren trekt momenteel meer de regio in,’ vertelt Lotte. ‘Om meer externe contacten te leggen en om innovatoren en ook zorgorganisaties beter aan elkaar te verbinden. We richten ons daarnaast steeds meer op vraaggestuurd innoveren en we merken dat dat mooie impact oplevert. Maar ik zie de positieve impact ook in bijvoorbeeld de manier waarop we omgaan met de vragen die we krijgen. Een vraag die via ons adviesloket binnenkomt, doen we niet simpel af met één antwoord. Een follow-up is daar standaard; heb je daadwerkelijk een oplossing gevonden? Hetzelfde geldt voor de consultfunctie. Bij de wat ingewikkeldere hulpvragen die daar aan bod komen, betrekken we meerdere partijen. En ook daar vindt een follow-up plaats. Dat blijkt soms ook een mooi middel om ons als overheidspartijen op knelpunten binnen het innovatiesysteem te wijzen.’ 

Positieve reputatie met uitdagingen

Zvi profileert zich als wegwijzer voor jouw innovatie binnen de zorg. De reputatie van Zvi is positief, volgens een onderzoek uit 2025 dat Lotte aanhaalt. ‘Maar met de kanttekeningen moeilijk vindbaar en versnipperd landschap, zoals Chris al noemde. Dat is het eerlijke antwoord. Binnen Zorg voor innoveren zijn belangrijke partijen actief die vanuit de overheid een grote rol spelen in het zorginnovatielandschap. Bij die partijen zit veel kennis en een enorme bevlogenheid. Ook wordt de ervaringsdeskundigheid uit de praktijk steeds meer benut. De potentie van ons platform is daarmee groot; maar het te vinden, is soms nog een uitdaging, blijkt uit het onderzoek. Ik ben bang dat ingewikkeld en veel regeltjes een beetje bij ons als overheidspartijen hoort. Maar vanzelfsprekend hebben we hier in onze doorontwikkeling aandacht voor.’ 

Over wat Zorg voor innoveren wel en niet kan, blijken soms wat misverstanden te bestaan, weet Chris te vertellen. ‘Zvi heeft dan wel een centrale rol, maar de overheid gaat een individuele zorgaanbieder of zorgverzekeraar niet vertellen wat ze wel of niet moeten doen. Zo werkt het zorgstelsel niet. Partijen die Zvi benaderen, denken dat soms wel eens. Zvi kan contacten leggen en innovatoren een duwtje in de goede richting geven. Maar uiteindelijk moet die er met zorgaanbieders, financiers en derde partijen zelf uit zien te komen.’ 

Doorontwikkelen als uitdaging voor de toekomst

Chris ziet dat Zorg voor innoveren als samenwerkingsverband een bijdrage heeft geleverd als het gaat om wegwijzen van en voor innovatoren. ‘Tegelijk zie ik het als een middel en niet als doel op zich. Het is één van de instrumenten vanuit landelijk beleid, rekening houdend met kaders vanuit wet- en regelgeving. En blijft het ook de kunst om in verbinding te blijven met andere initiatieven die innovatoren verder willen helpen, landelijk, regionaal én internationaal. 

Die positie biedt een mooie kans om Zorg voor innoveren nog steviger op de kaart te zetten, meent Lotte. ‘Zodat een zorginnovator altijd op het juiste moment bij Zvi terecht komt. Dat kunnen we doen door ons hechter te verbinden en samen te werken met belangrijke partijen die nog niet tot de inner circle van Zorg voor innoveren behoren. En we blijven ons als partners inzetten voor verbeteringen; binnen het zorgstelsel maar ook binnen ons eigen werk. Daarnaast bekijken we wat we kunnen doen aan de versnippering in ondersteuningsinitiatieven die er zijn om innovatoren te helpen. Bijvoorbeeld door slim te verbinden met Zvi; er is van alles volop in beweging. We hebben bevlogen mensen en daarmee het momentum om ons platform breder uit te bouwen. Zodat we echt iets kunnen verbeteren voor de mensen die dagelijks in de praktijk werken.’