Apotheek als schakel in vroeg signaleren van valrisico

Het eerder in beeld krijgen van ouderen met een verhoogd valrisico: ook de apotheek kan daarin een belangrijke rol spelen. Service Apotheek Epe kijkt daarom tijdens onder meer medicatiebeoordelingen naar knijpkracht en valrisico. De apotheek werkt daarbij samen met gemeente, welzijn, fysiotherapeuten en huisartsen. Apotheker Olga van Vemde vertelt wat de aanpak tot nu toe heeft opgeleverd en wat er nodig is om van signaleren tot passende ondersteuning te komen.
Waarom zou juist de apotheek een rol spelen bij valpreventie? Voor Olga is dat eigenlijk heel logisch. ‘De apotheek is laagdrempelig toegankelijk en veel ouderen komen regelmatig bij ons langs,’ vertelt Olga. ‘We zien deze patiënten dus toch al. Juist daarom is het belangrijk om die contactmomenten te benutten en aandacht te besteden aan valpreventie.’
Valrisico signaleren tijdens bestaande contactmomenten
Zo’n gelegenheid is bijvoorbeeld de medicatiebeoordeling, waarbij ouderen hun medicijngebruik met de apotheker bespreken. Bij patiënten met een verhoogd valrisico speelt de apotheker namelijk een belangrijke rol. Een medicatiebeoordeling gericht op valpreventie heeft als doel geneesmiddelen te identificeren die het risico op vallen verhogen en, waar mogelijk, de medicatie te optimaliseren. In Epe wordt dat moment ook gebruikt om de Eforto knijpkrachtmeter in te zetten. Die test geeft een goede indicatie van de spierkracht van een patiënt en daarmee het mogelijke valrisico. ‘Patiënten kijken gelukkig niet gek op van de vraag de test te doen; we leggen het belang ervan dan ook goed uit,’ licht Olga toe.
De apotheek zet de knijpkrachtmeter niet alleen in tijdens medicatiebeoordelingen, maar benut ook andere momenten waarop zij met de doelgroep in contact komt. Zo werd de test afgenomen bij mensen die met andere vragen aan de balie kwamen, bij deelnemers aan een wandelgroep van de Diabetes Challenge en tijdens een bijeenkomst met de gemeente en een beweegmakelaar. ‘De apotheek kan met die test een mooie rol pakken; signaleren en zo nodig doorverwijzen.’
Van signaleren naar doorverwijzen
Het vaststellen dat iemand een verhoogd valrisico heeft, is pas het begin. Want wat gebeurt er vervolgens met die signalering? ‘Bij een hoog valrisico verwijzen we door naar de huisarts,’ legt Olga uit.
Ook de beweegmakelaar speelt een belangrijke rol in het vervolg. Deze is er gekomen vanuit een samenwerking tussen zorg- en welzijnsinstellingen en de gemeente Epe en vormt volgens Olga ‘de spin in het web’ tussen inwoners en het lokale beweegaanbod. Hij kan mensen adviseren richting wandelclub, sportgroepje of zelfs boksen voor mensen met parkinson.
Daarnaast heeft de apotheek met een groep lokale fysiotherapeuten een flink aantal inwoners gescreend op valrisico. Dat leverde zoveel kandidaten op dat de sportgroepjes snel vol zaten. Intussen zijn er weer plekken beschikbaar. Voor de apotheek betekent dat dat zij weer actief kan signaleren en mensen kan wijzen op passend aanbod. ’We zien aan onze balies voldoende mensen die tot de doelgroep behoren.’
Samenwerking via korte lijntjes
Dat de apotheek van Olga in een medisch centrum is gevestigd, helpt volgens haar de samenwerking tussen ketenpartijen in valpreventie enorm. ‘Er zitten 4 huisartspraktijken in het medisch centrum en we hebben heel makkelijk contact. We lopen dagelijks bij elkaar naar binnen. Overigens niet alleen bij het signaleren van een valrisico. Ook als we bij een patiënt merken dat die verward is, of dat er mogelijk iets anders aan de hand is, kunnen we dat snel bespreken. Die fysieke nabijheid werkt heel gunstig in deze constructie.’
Gaten in de keten
Ondanks wat er al goed gaat in de samenwerking, ziet Olga ook dat de keten niet volledig werkt. Ze zou graag nauwer samenwerken met huisartsen om valrisico terug te dringen. Maar daar blijkt de bekostiging een beperkende rol te spelen. ‘De zorg voor patiënten met een hoog valrisico is vaak niet ingekocht bij de zorgverzekeraar door huisartsen. Daardoor vissen de mensen die het ‘t hardst nodig hebben, een beetje achter het net. En niet alle fysiotherapeuten in Epe nemen momenteel deel aan deze constructie. Mogelijk speelt de hoogte van de vergoeding voor de interventies hierbij een rol. En ook het potje waaruit de gemeente onder andere de beweegmakelaar betaalt, is snel leeg.’
Van tijdelijke impuls naar structurele inzet
Voor het inzetten van de knijpkrachtmeters ontving Olga’s apotheek een subsidie vanuit de Transformatie-impuls Technologie voor Valpreventie van zorg voor innoveren. Dat heeft tot het huidige succes geleid, maar over de toekomst maakt Olga zich wel zorgen. ‘Met het geld van de subsidie hebben we de Eforto knijpkrachtmeters kunnen aanschaffen en in gebruik nemen,’ vertelt ze. ‘Samen met Zorg.nl hebben we er ook die informatiebijeenkomst mee kunnen organiseren. En het was ook een tegemoetkoming voor ons als apotheek. Maar de knijpkrachtmeters zullen niet eeuwig mee gaan en onze kosten van de screening lopen ook door. Het is een zoektocht hoe we die kosten in de toekomst structureel kunnen opvangen.’
Olga’s tip: ‘leer elkaar kennen’
Olga beschouwt het voortzetten van het screenen op valrisico als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. ‘Als ouderen langer fit blijven, vallen ze minder snel in handen van zorgverlening,’ redeneert ze. ‘De thuiszorg krijgt het al druk genoeg, dus laten we zorgen dat iedereen zoveel mogelijk op de been blijft en een beetje gezond ouder wordt.’
Juist daarom vindt Olga het belangrijk dat er meer ruimte komt voor preventie. Op dit moment is de financiering volgens haar nog sterk gericht op behandelen, terwijl preventieve inzet juist kan helpen om zorg te voorkomen. Om die inzet ook in de toekomst vol te kunnen houden, blijft structurele financiering daarom een belangrijk aandachtspunt. Voor andere apothekers die met valpreventie aan de slag willen, heeft Olga een praktisch advies: zoek de samenwerking op met andere partijen in de buurt. ‘Zorg dat je weet wie je moet hebben bij de gemeente en wie bij de welzijnsorganisaties. Ga met elkaar om de tafel zitten en leer elkaar kennen.’