Fysiotherapie is al lang niet meer gebonden aan de behandelkamer. De digitale toepassingen binnen het vak wilde therapeut Mike Willems ook in zijn praktijk implementeren. Een traject via ronde 3 van de regeling voor implementatie- en opschalingscoaching zorgde daarvoor. Dat vroeg om flexibiliteit, van zowel Mike zelf als van zijn patiënten.

Binnen Fysiotherapie de Verandering wilde Mike Willems, fysiotherapeut en manueel therapeut, digitale zorg opschalen. Om betere zorg te kunnen bieden en meer betrokken te zijn bij zijn patiënten. Maar ook om efficiënter te werken en de werkdruk te verminderen. Daarvoor maakte hij gebruik van de implementatie- en opschalingscoaching (ronde 3), maar ook van een STOZ-subsidie. Die laatste richtte zich vooral op de integratie van AI in de praktijk. ‘Het project werd gaandeweg steeds leuker,’ vertelt Mike. ‘Door de twee subsidies te combineren, versterkten ze elkaar enorm.’

IN HET KORT

  • Sector: fysiotherapie
  • Type project: implementatiecoaching
  • Doel: integreren van digitale zorgverlening binnen praktijk
  • Doorlooptijd: 6 maanden
  • Grootste uitdaging: structurele financiering

Meer betrokken bij de patiënt

Mike’s doel was directer betrokken te zijn bij de therapie van zijn patiënten. Door hen in staat te stellen ook thuis te oefenen. En daarbij tegelijk te zorgen voor meer contact, zoals het sturen van herinneringen om die oefeningen te doen. ‘In eerste instantie hebben we een soort flowchart opgesteld,’ gaat Mike verder. ‘Om te bepalen welke groep geschikt is voor digitale zorg, want daar zitten onderling grote verschillen in. Onderdeel daarvan is een vragenlijst, die een stuk verder gaat dan alleen de vraag “Wilt u digitale zorg; ja of nee?”. Daarmee kunnen we bepalen of iemand digitaal vaardig is, ervoor gemotiveerd is en internettoegang op verschillende apparaten heeft. Voor die patiënten is er digitaal veel beschikbaar. Van videobellen tot een aantal nieuwe systemen. Zoals Physitrack, een oefenprogramma met filmpjes en een app. Die herinnert patiënten aan hun oefeningen en ze kunnen er ook in aangeven hoe de oefening ging. Daarnaast gebruiken we andere digitale tools zoals AudioFysio, Ik herstel en Ommetje, die worden ingezet bij specifieke aandoeningen. En we hebben zelfs een leentablet beschikbaar.’

Ook heeft de praktijk van Mike video’s gemaakt over diverse aandoeningen. ‘Er zijn veel wetenschappelijke artikelen, bijvoorbeeld over lage rugpijn en welke factoren daarin een rol spelen. Dat zijn ingewikkelde teksten, dus hebben we die via AI in begrijpelijke filmpjes omgezet.’ 

Samen beslissen in de praktijk

Mike is trots op de verbetering van de manier van werken binnen zijn praktijk. ‘Van een klassieke manier van werken zijn we naar een moderne manier van zorgverlening toegegroeid,’ stelt Mike vast. ‘We werken efficiënter en hebben tevredener patiënten, die bovendien zelfredzamer zijn.’ Daarbij is een cursus Samen beslissen, gecombineerd met motiverende gespreksvoering erg belangrijk geweest. ‘Voordat we dit project deden, stelden we de patiënt de vraag: wilt u deze behandeling, ja of nee? De benadering is nu: Wat zou u goed helpen? Wilt u het binnen de praktijk doen of thuis? Wilt u oefeningen op papier krijgen of gaan we het digitaal inrichten?’

Die omslag is niet een kwestie van een dag, waarschuwt Mike. ‘Je moet daarin over langere tijd veel meters maken, als je het echt goed wilt doen. Je bent als therapeut zo gewend om voor de patiënt in te vullen: dit gaan we doen. Via Samen beslissen en motiverende gespreksvoering leer je de patiënt te laten praten, goed te luisteren en daarop bij te sturen.’

Patiënten in weerstand en ingewikkelde vergoeding

Vanzelfsprekend staan niet alle patiënten te springen om de nieuwe benadering. ‘Ik kom hier lekker op de bank liggen en ik word gemasseerd; dat is wel eens de houding,’ legt Mike uit. ‘Die patiënt moet ineens thuis oefeningen doen en vragenlijsten invullen. Dan moet je in gesprek met de patiënt een middenweg zien te vinden. Die kun je hands-on hulp bieden via mobiliserende technieken, maar zal zelf ook wat moeten gaan doen. Dat gesprek ga ik nu wel aan.’

Een andere uitdaging die Mike ervaart, is dat zorgverzekeraars fysiotherapie nog altijd op basis van consulten vergoeden. ‘Een beetje ouderwets zou je kunnen zeggen. De ene verzekeraar accepteert een telefonisch consult zonder meer, terwijl bij de andere zo’n consult aantoonbaar aan dezelfde kwaliteit moet voldoen als een consult in de behandelkamer. En kort even bellen met een vraag over een app, zou soms bij een patiënt al ten koste gaan van een volledig consult uit de aanvullende verzekering, dus dat declareren we niet. Als therapeut snel reageren levert qua kwaliteit, denk ik, heel veel op. Maar hoe gaan zorgverzekeraars daarmee om? En hoe krijgen we dat uiteindelijk ook vergoed binnen de praktijk? Die vraag geldt ook voor de tijd die we besteden aan nieuwe apps en bijvoorbeeld het maken van instructiefilmpjes.’

Betere resultaten door meer betrokkenheid

Mike merkt dat de werkdruk binnen de praktijk daadwerkelijk een stukje is gedaald en dat patiënten meer betrokken zijn bij hun behandeling. ‘Het is makkelijker en efficiënter om met digitale programma's te werken,’ zegt Mike. ‘In plaats van een A4tje te pakken en een oefening helemaal uit te tekenen. En meer contactmomenten met de patiënt leiden ook tot betere behandelresultaten. Eerder zagen we iemand maar eens in de 3 weken. Dan kwam het voor dat die in die periode de oefeningen niet had gedaan, of ze eigenlijk was vergeten. Via de app is de patiënt is er nu veel meer mee bezig. Het contact met elkaar is ook laagdrempeliger. Op het moment dat iemand een oefening lastig vindt, kan diegene even een berichtje sturen, waar ik snel op kan reageren. Dat verbetert de resultaten en dat vind ik wel het belangrijkste.’

Lessen en tips

Enthousiast is Mike zeker over digitale zorgverlening en Samen beslissen. Maar hij benadrukt wel dat je veel aandacht moet besteden aan de invoering ervan. ‘Denk goed na over de interne gevolgen van je innovatie. De verbetering van je zorgverlening is natuurlijk altijd goed, maar daar staat soms tegenover dat je uren maakt die niet worden vergoed. Zoals een kort contactmoment met een patiënt via een app, dat we niet als consult declareren. En de patiënt heeft maar een beperkt aantal consulten dat vergoed wordt. Als je heel innovatief bezig bent, doe je vaak dingen die landelijk gezien nog niet geregeld zijn. Verdiep je daarom goed in hoe de zorgverzekeraar aankijkt tegen praktische invulling van die innovatie.’

Lees meer