Argos Zorggroep maakte recent gebruik van de subsidieregeling Implementatie- en opschalingscoaching Technologie voor Valpreventie. Voor een project dat draaide om de inzet van een bewegingstracker, bedoeld om inzicht te krijgen in het beweeggedrag van patiënten. De inzet van die technologie kan valincidenten helpen verminderen of voorkomen, met name bij cliënten met valangst en/of inactiviteit. Bente van Es, Fysiotherapeut bij Argos Zorggroep, vertelt er meer over. 

Als Teamleider Expertise en Behandeling GRZ en Fysiotherapeut was Bente betrokken bij het onderzoek naar hoe de Hipper een rol binnen valpreventie kon spelen. De Hipper is een apparaatje dat op de kleding wordt gedragen, vergelijkbaar met een stappenteller. De wearable registreert alle beweging van de drager. Gegevens worden doorgestuurd naar de Hipper Box die het beweeggedrag van de patiënt in kaart brengt. De box stuurt gegevens automatisch door naar een beveiligde server. Aan de hand van een dashboard kunnen de patiënt en fysiotherapeut samen de voortgang op therapiedoelen rondom beweegactiviteiten bespreken. Zo helpt de technologie zowel overbelasting als inactiviteit te signaleren en daarmee het risico op valincidenten te verminderen. 

Tracker levert bewegingsscore

‘In dit project hebben we bekeken of we de Hipper konden inzetten voor screening op valrisico binnen ouderenrevalidatie,’ vertelt Bente. ‘En bij onze vervolgtrajecten ook bij mensen thuis of binnen de praktijk. De bewegingstracker is klein en werkt heel simpel; je hoeft hem niet aan te zetten. De Hipper houdt bij wat er wordt bewogen en zowel wij als de cliënt kunnen dit online terugzien. Je krijgt inzicht in hoeveel iemand beweegt, op welk moment van de dag. Deze gegevens worden vergeleken met die van de voorgaande week. De verzamelde data worden doorgestuurd naar de Hipper Box, zodra je de tracker er in de buurt legt. De box staat meestal op een nachtkastje. Dat is voor de gebruiker handig; voor het slapen gaan, leggen ze daar sowieso hun spullen al neer. De Hipper gaat dan mee en zo levert het uitlezen geen extra handeling op. 

Aan de hand van de bewegingsscore die de Hipper levert, kun je patiënten gericht stimuleren tot beweging. Of juist afremmen: als iemand tijdens revalidatie teveel achterelkaar beweegt, dan zal die vermoeid raken, wat het valrisico vergroot. We verzorgen ook mensen met dementie die revalideren. Bij hen moet je op andere manier inspelen op valrisico’s. Inzicht in beweging en coaching door een therapeut kunnen helpen bij revalidanten met valangst.

De eenvoud van het gebruik van de Hipper heeft meegeholpen bij de implementatie. Bij andere projecten heb ik ervaren dat hoe ingewikkelder een innovatie is, zeker voor ouderen, hoe lastiger het wordt om het bruikbaar te maken.’ 

Rol van de coach

De zorgprofessionals van Argos Zorggroep zijn binnen dit onderzoek door een implementatiecoach opgeleid. Die beschikte over veel kennis van de Hipper-technologie en de toepassing daarvan in verschillende zorgprocessen. Maar ook over de implementatie van zorgtechnologie in zorgorganisaties.

‘Die kennis heeft ons echt geholpen,’ beaamt Bente. ‘Het heeft het hele traject versneld. En vanuit haar ervaring kon ze ons preventief meenemen in wat we zouden tegenkomen en waarmee we aan de slag zouden moeten gaan. Ze keek ook verder dan alleen onze interne groep. Ook naar hoe je dit breder kunt aanpakken en over wat er buiten de kaders van de organisatie speelt. Zo organiseerde de coach twee projectmiddagen gericht op communicatie met externe zorgverleners. Ze hield ons consequent bij de les; waar zijn we mee bezig, hoe pakken we het op, hoe staan we ervoor? Dat was erg nuttig, en voorkwam dat we het gebruik van de tracker in de waan van de dag uit het oog verloren.’ 

Uitdagingen en opbrengst

Voor Bente en haar collega’s was het even zoeken om te bepalen voor welke patiënten ze de Hipper gingen gebruiken. ‘In eerste instantie hanteerden we ruime criteria voor de inzet binnen onze patiëntgroepen,’ zegt Bente. ‘Maar dat versnipperde het beeld en we konden niet iedereen die binnen de criteria viel, voorzien van een Hipp er. Dus kort daarna hebben we het project meer gekaderd, door specifieker doelgroepen te kiezen. Uiteindelijk hebben we ook besloten het gebruik van de Hipper op een vast moment van het revalidatieproces terug te laten komen, in het multdisciplinair overleg (MDO). Zo werd het ingebed in het revalidatietraject van de cliënt. Na het project krijgt de tracker nu een plek binnen een aantal zorgpaden.’ 

Binnen het revalidatietraject draagt de inzet van de Hipper bij aan het verkleinen van het valrisico en het effectief vormgeven van valpreventie. ‘Door gericht in te spelen op valangst, inactiviteit, overbelasting en een evenwichtige verdeling van beweging over de dag,’ stelt Bente vast. ‘Tijdens dit traject ontdekten we dat er andere instrumenten zijn die sneller dan de Hipper kunnen vaststellen of er sprake is van valproblematiek. Maar we zien wel de meerwaarde van de Hipper als observatie- en behandelmiddel. Dat tijd zo een belangrijke rol speelde, hadden we op voorhand niet bedacht. Met de Hipper zien we nu van dag tot dag, hoe en hoeveel iemand beweegt en vooruitgang boekt. We kunnen precies zien wanneer en hoeveel iemand beweegt.’ 

Financiering en de toekomst

Bente kan de inzet van de Hipper niet declareren. Het moet uit de al beschikbare gelden worden betaald, dus de meerwaarde moet aantoonbaar zijn. ‘We hebben er vooralsnog voor gekozen om de toepassing te behouden, maar niet verder uit te breiden. We hebben verschillende financiële stromen binnen onze locatie; de Geriatrische Revalidatiezorg (GRZ) valt onder Diagnose Behandeling Combinaties (DBC); dan moet je de keuzes maken. Wat zet je daarvoor in? Hierbij is het belangrijk om gezamenlijk te bepalen wat we onder optimale revalidatie verstaan en welke ondersteuning we daarvoor inzetten, zoals de Hipper. De eerstelijnsfysiotherapie is een aparte financiële stroom, maar de huidige financiële omvang maakt het lastig om de inzet van Hipper te financieren.’ 

Niettemin wil Bente er actief mee doorgaan en zo mogelijk verder ontwikkelen. ‘Daarvoor investeren we met elkaar in onder andere nieuwe scholing voor nieuwe medewerkers en de collega’s die we erbij willen betrekken. Revalidatie wordt ingericht aan de hand van zorgpaden die gericht zijn op specifieke doelgroepen. Valrisico en valpreventie zijn hierin niet als afzonderlijke thema’s uitgewerkt. Maar de Hipper wordt bij ons in verschillende zorgpaden opgenomen. We zien vooral kansen in trajecten waarin een evenwichtige verdeling van beweging over de dag centraal staat. En bij het monitoren van revalidatie in de thuissituatie (ambulante GRZ). Daarnaast kunnen we de Hipper ook gericht inzetten voor valpreventie als dit niet expliciet in het zorgpad is opgenomen.’ 

Tips voor innovatoren

Er zijn ongetwijfeld meer innovatoren die denken aan het introduceren van nieuwe toepassingen voor valpreventie. Als die naar een coach op zoek gaan, waar moeten ze dan op letten? Bente adviseert: ‘Voor ons was het in het begin zoeken naar de juiste invulling van het coachingstraject. Achteraf gezien hadden we een aantal randvoorwaarden al eerder kunnen bepalen. Start hier vooral tijdig mee, en gebruik die tijd om het traject goed in te richten. En om de juiste persoon te vinden: een coach met ervaring in zowel de relevante processen als de technologie. Zo hebben wij uiteindelijk optimaal gebruik kunnen maken van het coachingstraject.’