Direct naar de inhoudDirect naar het hoofdmenuDirect naar het zoekveld

De onderzoeker

Bij de term ‘onderzoeker’ denken velen meteen aan een wetenschapper. In zorginnovatie speelt de wetenschap inderdaad vaak een belangrijke, soms zelfs baanbrekende rol. En ook aan opschaling kan wetenschappelijk onderzoek zeker een bijdrage leveren. Maar de rol van onderzoeker in het opschalingsteam is nadrukkelijk breder. Hij of zij is degene die bijdraagt aan de onderbouwing van de (potentiële) effectiviteit van een innovatie. Zodat de bewijsvoering verder gaat dan een uitspraak op basis van persoonlijke ervaringen, anekdotes of theoretische beschouwingen.

Ook bewijs uit de praktijk

Het is voor een gedegen onderbouwing niet altijd nodig om een compleet wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Met andere woorden: een zorgvernieuwing hoeft niet per se evidence-based (wetenschappelijk bewezen) te zijn voor een succesvolle opschaling. Ook practice-based bewijs is bruikbaar. Een goede (financiële) businesscase kan al veel vertellen. En als het gaat om het slimmer en anders organiseren van zorg, bijvoorbeeld, is een praktijkgerichte evaluatie van de processen vaak voldoende. Of een validatieproces met eindgebruikers, dus met professionals en cliënten, patiënten of consumenten.

Vertellen en netwerken

De onderzoeker in het opschalingsteam moet dan ook van veel markten thuis zijn. Daar komt bij dat alleen het aandragen van (wetenschappelijk) bewijs niet toereikend is. De informatie moet ook in begrijpelijke termen vertaald worden. Hoe worden mensen beter van deze zorgvernieuwing? Wat zijn de consequenties voor de praktijk? En wat maakt de innovatie kosteneffectief? De onderzoeker moet dus ook een goede ‘verteller’ zijn. Eén loket voor alle informatie over onderzoek bestaat niet. De onderzoeker moet er zelf naar op zoek, door te praten met vakmensen én te blijven netwerken. 

Op zich is het waar: wetenschappelijk onderzoek duurt vaak lang en leidt dus ook niet altijd snel tot een concreet antwoord. Toch is de wetenschap soms echt nodig. Maar als opschalingsteam kun je mede bepalen hoe dat onderzoek concreet vorm krijgt. Het is dus aan de onderzoeker in het team om al tijdens het eerste gesprek met onderzoekers ‘van buiten’ op één lijn te komen over de planning, de onderzoeksvraag, de betrokkenheid van het team en de mogelijkheden om samen op zoek te gaan naar onderzoeksgeld. En schroom niet te melden dat het team al na pakweg drie maanden de eerste resultaten wil zien. Die zijn namelijk heel goed te gebruiken voor de verdere ontwikkeling van een innovatie.

Het gaat bij opschaling niet per se om uitgebreid wetenschappelijk onderzoek, maar om een gedegen onderbouwing van de (potentiële) effectiviteit van een innovatie. Er bestaat geen ‘kookboek’ met universele recepten voor passende onderzoeksdesigns die daaraan voldoen. Elke innovatie heeft haar eigen specifieke vraagstelling(en). Definieer elke vraagstelling (en daaraan gekoppeld het design) keer op keer opnieuw binnen de context waarbinnen u een onderzoek uitzet. Laat een onderzoeker de vraagstelling scherp formuleren en de designkeuze goed onderbouwen. Lees meer over de vraag ‘Wat is de beste wetenschappelijke onderzoeksmethode?’ in de OpschalingsGIDS. En kijk op de ZonMw-pagina’s over Passend onderzoeksdesign.

Dat is een misverstand. Het klopt dat de overheid in het basispakket (van Zorgverzekeringswet én Wet langdurige zorg) alleen aantoonbaar effectieve zorg toelaat. Dat betekent dat een innovatie onder meer wordt getoetst aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’. Maar daar is niet per se een zogeheten RCT voor nodig. Zowel wetenschappelijke als professionele argumenten worden meegewogen. Zorginstituut Nederland gaat bij zijn beoordeling uit van de passend-onderzoek benadering. Het doel daarvan is een transparant, toetsbaar, consistent en houdbaar standpunt. In het document van het Zorginstituut over de beoordeling staat een ‘passend onderzoek vragenlijst’. Er komt ook een vergelijkbare lijst voor de Wlz.

Dat is zelfs sterk aan te raden. Voor een goede onderbouwing van de meerwaarde van een innovatie én voor betere kansen op succesvolle opschaling ervan. Sommige zorgvernieuwers kiezen voor een ‘iteratief ontwerpproces’; stap voor stap werken aan de ontwikkeling. Door opeenvolgende versies van een innovatie steeds weer te toetsen bij de eindgebruikers, ontdekken ze wat wel of niet werkt in de praktijk. Dit in tegenstelling tot onderzoekers die hun evaluaties alleen maar in een labomgeving of een proefopstelling doen. Dan test je een innovatie onder onrealistische omstandigheden, zonder de waardevolle feedback van eindgebruikers. In de OpschalingsGIDS staan meer ervaringen en lessen uit de praktijk en tips en trucs over onderzoek.

Op initiatief van ZonMw vormen zo’n driehonderd onderzoekers, praktijkprofessionals en beleidsmakers het netwerk Bruikbaar Onderzoek. Ze wisselen goede voorbeelden uit en brengen hun eigen expertise in op onderwerpen als co-creatie, alternatieven voor RCT’s, onderzoek naar kosteneffectiviteit, kostenimpact van innovaties, gebruik van bestaande data en ‘systeemfalen’. De leden van het netwerk vormen een speciale LinkedIn-groep. Aanmelden kan via de site van het netwerk. Ook de implementatiemedewerkers van ZonMw weten raad met vraagstukken over passend onderzoek. Op zoek naar financieringsmogelijkheden van onderzoek? Kijk dan op de innovatiepagina’s op de ZonMw-site (inclusief subsidiekalender) en in de OpschalingsGIDS bij het thema Onderzoek.