Hoe weet je of een zorginnovatie daadwerkelijk aansluit bij een behoefte uit de praktijk? En welke waarde levert die innovatie op voor cliënten, zorgprofessionals, mantelzorgers en zorgorganisaties? Volgens Henk Herman Nap, expert digitale zorg bij Vilans en hoogleraar Value-based Digital Care Innovations aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) speelt waardebepaling daarbij een belangrijke rol. Met waardebepaling onderzoek je wat een innovatie oplevert voor bijvoorbeeld cliënten en zorgprofessionals, zoals een betere kwaliteit van zorg, meer werkplezier of tijdswinst. Door daar al vroeg in het innovatieproces naar te kijken, wordt duidelijker of een innovatie daadwerkelijk aansluit bij de behoeften uit de praktijk en iets toevoegt.

Vragen actief ophalen

Het landelijke programma Anders Werken In de Zorg noemt Henk Herman als goed voorbeeld van hoe je waardebepalend onderzoek doet. ‘Hierin werken onderzoekers, ontwikkelaars en zorgpartijen samen om snel en innovatief door te ontwikkelen. We doen cyclisch onderzoek: stellen samen vast wat we willen weten, onderzoeken wat werkt en wat niet, en gaan snel door met doorontwikkeling of andere innovaties als iets niet blijkt te werken.’

Het Expertise Centrum voor Dementie en Technologie (ECDT) van de TU/e werkt op doelgroepniveau aan vraaggestuurd innoveren door vragen op te halen en samen met de doelgroep aan technologie die de mogelijkheden van mensen ondersteunt. ‘Daar observeren we bijvoorbeeld in buurthuizen en maken we behoeftes inzichtelijk, ook bij familie en bij professionals. Aanvullend antropologisch onderzoek en co-designonderzoek leveren daar waardevolle data en technologieën op. We noemen deze technologie ook wel “Warme Technologie”. Maar ook bij VWS, op congressen en tijdens klantevaluaties halen we actief vragen op die in de praktijk spelen.’

De vraag van de doelgroep

Bij veel innovaties wordt de doelgroep betrokken. Maar dat betekent niet automatisch dat je van vraaggestuurd innoveren kunt spreken. Henk Herman: ‘In het ontwerp van een innovatie kun je diverse fasen onderscheiden: van een pre-designfase en een generatieve fase tot een evaluatieve fase en een post-designfase. Wij zien dat met name in die pre-designfase de doelgroep niet altijd wordt betrokken. Terwijl je juist dan wilt weten: wat is precies de vraag en waar heeft de doelgroep behoefte aan? Dat geldt ook in de post-design fase voor het opschalen en het naar de markt brengen van een innovatie.’

Een innovatie kan ook niet voortkomen uit een concrete vraag, maar juist aanbodgestuurd zijn. Volgens Henk Herman is het niet per definitie verkeerd om soms vanuit de technologie te denken. ‘In mijn werk bij de TU/e zien we regelmatig nieuwe technologieën langskomen waarvoor we een toepassing kunnen zoeken. De radartechnologie die in auto’s zit, kun je ook in huizen plaatsen, bijvoorbeeld binnen de ouderenzorg. Daarmee krijg je een vrij gedetailleerd beeld van waar en hoe iemand valt. Dat is meer een “technology-push” dan een “demand-pull”.

Waardebepaling maakt waarde zichtbaar

Henk Herman noemt waardebepaling van innovaties een cruciale schakel voor succesvolle implementatie en opschaling van digitale zorg. Kosten en baten moeten daarbij inzichtelijk gemaakt worden. ‘In Nederland wordt steeds meer samengewerkt om ervoor te zorgen dat zorgorganisaties niet zomaar aan de slag gaan met technologie zonder inzicht in de waarde ervan,’ zegt Henk Herman. ‘We doen de waardebepaling op basis van uniforme meetplannen, zodat voor stakeholders duidelijk wordt: “what’s in it for me?” Voor zorgorganisaties gaat het daarbij om meer dan de financiële investering. Ze willen weten hoeveel ze moeten investeren. Niet alleen in geld en tijd, maar ook welke inspanningen nodig zijn. Hoe moeten we onze organisatie veranderen? Hoe zit het met training? Wat moeten we loslaten? Maar ook voor de zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten is dat cruciaal. Ook zij willen inzicht in de toegevoegde waarde van een innovatie, zodat zij kunnen bepalen of investeringen daadwerkelijk bijdragen aan betere en toekomstbestendige zorg. In feite voor alle IZA en AZWA partijen, tot huisartsen en medisch specialisten aan toe.’

Waarde zit op verschillende niveaus

De waarde van een innovatie is niet alleen in euro’s uit te drukken. Volgens Henk Herman is er een palet van verschillende waarden, die allemaal moeten meetellen. ‘Als onderzoeker pleit ik voor gelijkwaardige aandacht voor verschillende typen waarden,’ benadrukt hij. ‘Het gaat niet alleen om kosteneffectiviteit en economische waarde, maar bijvoorbeeld ook om kwaliteit van leven en werkplezier voor cliënten en zorgprofessionals. Uiteindelijk is het aan besluitvormers binnen sectororganisaties en zorgaanbieders om naast de harde kosten en baten ook die waarden mee te wegen.’

Henk Herman ziet nog een belangrijke voorwaarde voor het effectief inzetten van waardebepaling. ‘Hoe sterk we de bewijslast voor een innovatie ook maken, het bewijs moet wel geaccepteerd worden. Daarom is het belangrijk om voordat je überhaupt een onderzoek uitvoert gezamenlijk af te spreken: als dit bewijs er ligt, gaan wij er ook mee aan de slag’

Goed voorbereide innovaties

Voor een geslaagde innovatie is het belangrijk om de businesscase en het speelveld in Nederland te kennen. En daarbij draait het om meer dan cijfers, meent Henk Herman. ‘Je moet niet van tevoren alle risico’s willen uitsluiten, want dat remt het creatieve proces. Maar innovatoren moeten wel weten hoe de routes lopen en waar belangrijke stakeholders naar kijken. Wat is het belangrijkst voor een patiëntenorganisatie? Waar let Zorgverzekeraars Nederland op? Op basis van welke uitkomstmaten neemt het Zorginstituut Nederland beslissingen?’

Dat inzicht kan voorkomen dat veel tijd en geld wordt gestoken in een innovatie waarvoor uiteindelijk onvoldoende draagvlak is. ‘We zien soms innovaties waaraan 10 jaar is ontwikkeld en waarvoor niemand wil betalen. En als je dan kijkt naar waar de waarde van dat product zit, dan ligt die niet altijd bij diegene die ervoor betaalt. Ik zou er graag voor zorgen dat innovatoren inzicht hebben in waar de partijen die ertoe doen op letten als je een innovatie verder wilt vermarkten.’

Niet alle innovaties scoren

Soms eindigen veelbelovende innovaties alsnog als een flop. Er is dan onvoldoende nagedacht over de daadwerkelijke behoefte of gebruiksvriendelijkheid, of de timing blijkt niet goed. Henk Herman noemt een slimme vork als voorbeeld. ‘Dat was een vork die inzicht gaf in wat en hoeveel de gebruiker at en die zelfs een aantal awards in de wacht sleepte. Maar het instellen was te ingewikkeld en de vork was te groot en te zwaar. Die onhandigheid zorgde ervoor dat de innovatie niet aansloeg.

Ook noemt hij een op afstand bestuurbare telepresence-robot met een scherm en camera waarmee een mantelzorger op afstand kon observeren of contact maken. ‘De meerwaarde was groot en deze robot kreeg positieve reviews maar het was een apparaat van bijna tienduizend Euro. Terwijl je ook een smartphone in een speciale standaard op wieltjes kunt zetten, die je relatief goedkoop online kunt kopen. Het werd door de hoge prijs geen succes en de smartphone markt haalde hen in’

De juiste vragen stellen

Waardebepaling begint volgens Henk Herman dan ook niet pas als een innovatie klaar is. Al vroeg in het innovatieproces kunnen innovatoren zichzelf vragen stellen om scherper te krijgen waar de behoefte ligt en welke waarde hun innovatie moet toevoegen. Henk Herman noemt er drie. ‘Ten eerste: wie zijn de stakeholders en welke meerwaarde willen zij zien in de innovatie of het product waar jij mee bezig bent?
Daarnaast: waar ligt de vraag precies? Ligt die bij de eindgebruiker? Is het een knelpunt dat een ontwikkelaar ziet? Of is het iets wat vooral in de media speelt?
En ten derde: doe een marktanalyse, ook buiten Nederland. Waar wij misschien maar 1 heupairbag, medicijndispenser of slimme matras hebben, vind je er in Zuid-Korea wel 6! Het is zonde om altijd zelf iets te gaan ontwikkelen als je een bestaande oplossing uit het buitenland kunt halen en aanpassen aan onze behoeften en markt.’ Ook benadrukt Henk Herman het belang van nationaal- en internationaal onderzoek naar wat er al bekend is. En dan ook zeker grijze literatuur meenemen. Welke onderzoeken zijn er al uitgevoerd? Wat weten we al wel? En waar zit nog ontbrekende kennis?

Ten slotte spreekt Henk Herman de hoop uit dat vraaggestuurde zorgvernieuwing steeds meer als open innovatie plaatsvindt, waarbij kennis en resultaten breed beschikbaar zijn. ‘Het gaat om een interactieve samenwerking tussen onderzoekspartijen die zich bezighouden met waardebepaling, zorgpartijen waar de vraag en behoefte liggen, en innovatoren die een oplossing (door)ontwikkelen. Dat die 3 samen ontwerpen en samen de waarde bepalen.’

Lees verder

Meer over vraaggestuurd innoveren

Hoe zorg je ervoor dat een innovatie niet alleen een goed idee blijft, maar ook echt aansluit bij wat cliënten, zorgprofessionals en zorgorganisaties nodig hebben? Daar draait vraaggestuurd innoveren om.

Zorg voor innoveren besteedt de komende periode in een reeks artikelen aandacht aan vraaggestuurd innoveren. Aan de hand van praktijkvoorbeelden en inzichten van experts laten we zien wat vraaggestuurd werken betekent in verschillende fasen van het innovatieproces: van idee en verkennen tot ontwikkelen, implementeren en opschalen.

Lees meer