Factoren

Bij implementeren spelen vaak uiteenlopende factoren een rol. Ze kunnen de implementatie verder helpen of juist belemmeren. Vaak gaat het om een samenspel van meerdere factoren tegelijkertijd.

Gezien hun invloed is het van belang om te analyseren welke factoren een rol spelen, zodat je je strategie hierop kunt aanpassen.

Overzicht van factoren die de implementatie beïnvloeden

De vernieuwing

  • Het voordeel dat de vernieuwing biedt, vergeleken met de bestaande praktijk.
  • De geloofwaardigheid van de vernieuwing.
  • In hoeverre de vernieuwing beantwoordt aan de behoefte van de gebruikers , onderzoekers, ontwikkelaars, financiers en patiënten.
  • De mate waarin de vernieuwing aansluit op bestaande normen en waarden.
  • De mogelijkheid om de vernieuwing eerst op kleine schaal uit te proberen en aan te passen.
  • De mate waarin het lukt om helder te formuleren wat de vernieuwing is.
  • Het gemak (of de complexiteit) die het toepassen van de vernieuwing met zich meebrengt.
  • De tijd die het vraagt om de vernieuwing in te voeren.
  • De mogelijkheid om later te meten of de vernieuwing heeft geholpen.
  • De mate van garantie dat de innovatie zal lukken.

Degenen die de vernieuwing moeten toepassen 

  • Hun kennis en vaardigheden.
  • Hun opvattingen en houding.
  • Hun behoeften en prioriteiten.
  • Hun bestaande routines en gedrag.
  • Hun ervaring met eerdere vernieuwingen.
  • Hun leeftijd en opleiding.
  • Hun inschatting dat zij met de vernieuwing uit de voeten kunnen (eigen effectiviteit).

De sociale context 

  • De houding en het gedrag van collega’s, zoals hun interesse in de vernieuwing en de bereidheid om daaraan bij te dragen.
  • De patiënten zelf, zoals hun kennis, houding, verwachtingen, behoeften en prioriteiten.
  • De mening van opinieleiders en beslissers.
  • De werksfeer en sociale interactie.
  • De cultuur binnen de organisatie.
  • De stijl van leiderschap binnen de organisatie.

De organisatorische context

  • De manier waarop besluitvormingsprocessen plaatsvinden.
  • De grootte en structuur van de organisatie.
  • De wijze waarop de zorg is georganiseerd.
  • De aanwezigheid van personeel.
  • De taakverdeling tussen disciplines.
  • Logistieke processen.
  • Het communicatiebeleid en de stijl van communiceren.

De economische, politieke en juridische context

  • Veranderingen in de omgeving, zoals de wet en regelgeving, opleiding en financiering.
  • Contracten met zorgverzekeraars.
  • Actuele maatschappelijke en politieke ontwikkelingen.
  • Brandende kwesties binnen de beroepsgroep, de sector of organisatie.
  • De gekozen implementatiestrategie.
  • De wijze waarop over de vernieuwing wordt gecommuniceerd.
  • De betrokkenheid van gebruikers bij het ontwikkelen van de nieuwe werkwijze.
  • De mate waarin gebruikers worden gemotiveerd en geënthousiasmeerd.
  • De manier waarop gebruikers ondersteuning krijgen om hun eigen effectiviteit en vaardigheid te vergrotenhet wel of niet vormen van netwerken tussen de verschillende actoren, zoals gebruikers, onderzoekers, ontwikkelaars, financiers en patiënten.