Waarom onderzoek doen?

Er zijn globaal 3 verschillende redenen voor de zorgvernieuwer om onderzoek te doen.

Tips en tools uit de praktijk

Toets al je aannames en onderbouw al je beweringen.

Wees je ervan bewust: wat plausibel is hoeft nog niet waar te zijn! Zorg dat je zeker weet – dus bewijs hebt – dat alles wat je zegt en beweert ook klopt en goed onderbouwd is. Je krijgt vaak maar één kans in de vele gesprekken die jij al zorgvernieuwer voert met de belanghebbende partijen als zorgverleners, patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars. Heb jij niet de juiste onderbouwing, dan prikt degene bij wie je aan tafel zit daar snel doorheen en heb jij je kans gemist. Wees je eigen advocaat van de duivel.

Wees helder over de werking en de gevolgen van je innovatie in het zorgveld.

Wil je jouw innovatie goed laten landen in de zorgpraktijk, dan is het cruciaal om helderheid te hebben over de werking en de gevolgen van de innovatie in het zorgpraktijk. Dit betekent dat je duidelijk moet hebben welk effect de innovatie op de zorgpraktijk heeft voor alle partijen, dus voor alle stakeholders.

Ook moet je alle consequenties van de innovatie in kaart brengen. Denk hierbij aan de aspecten als de kwaliteit van de zorg, de efficiency en veranderende processen in de zorg, de continuïteit en de service van jouw innovatie naar de zorgprofessionals en de cliënten toe. Er moet een volledig beeld zijn van de consequenties (denk hierbij ook aan de risico’s) die het gebruik van jouw innovatie (ook op technisch gebied) met zich meebrengt in de zorgpraktijk.

Hoe onderzoek je nu de werking en de gevolgen van je innovatie in de praktijk? In deel 2 van deze kennisbank Onderzoek vind je handvaten om goed onderzoek in de zorgpraktijk te (laten) doen.

Goed bewijs betekent niet automatisch een overtuigde stakeholder dus ook een daadwerkelijke implementatie van jouw innovatie in de zorg.

Ondanks dat je al het goede doet in de voorbereiding om te bewijzen dat jouw innovatie alles oplevert wat jij beweert, kan het zijn dat dit niet voldoende is om jouw innovatie succesvol te laten landen in de zorgpraktijk.

Een goed voorbeeld hiervan is een elektronisch pillendoosje, ontwikkeld om mensen met epilepsie te ondersteunen in hun therapietrouw. De zorgvernieuwer heeft in een gedegen wetenschappelijke studie, een clinical trial, aangetoond dat zijn innovatie de therapietrouw daadwerkelijk verbetert. Ook heeft hij op basis van wetenschappelijke literatuurstudie door een vooraanstaand instituut laten berekenen wat dankzij deze verbeterde therapietrouw de gezondheidswinst zou zijn. Een zorgverzekeraar die betrokken was bij de ontwikkeling van zijn innovatie heeft vervolgens ook berekend welke kostenbesparing deze gezondheidswinst oplevert.

Allemaal geheel volgens het boekje, zou je zeggen. En ondanks dat de zorgvernieuwer alles uitstekend onderbouwd heeft, heeft de zorgverzekeraar toch besloten om deze innovatie niet te financieren. De reden? De winst die de innovatie voor de zorgverzekeraar oplevert is een besparing van zorgkosten op de langere termijn. En dus is deze winst omgeven door vele onzekerheden, een risico dat de zorgverzekeraar op dat moment niet wilde nemen.

De innovatie van deze zorgvernieuwer is helaas nog steeds niet in de praktijk geïmplementeerd. Niet doordat het bewijs onvoldoende was, maar omdat er vaak andere redenen zijn voor een partij om de innovatie toch niet te adopteren. En dat zijn vaak redenen die jij als zorgvernieuwer niet kunt beïnvloeden.